Naakt een keuze?

(Vrijheidskwartier vervolg - roman...)

De ijverige serveerster dekt inmiddels de tafel af en brengt het toetje...

‘Dus Sita; je bedoelt, dat je die vrijheid gewoon moet pakken, door te doen.’

De serveerster richt zich tot Sita: ‘Misschien is het een onfatsoenlijke vraag; maar ik heb het één-en-ander opgevangen. Weet U misschien, waar ik hier aan nudistisch yoga kan meedoen?’

Sita reageert meteen met: ‘Dat is als ik het goed heb hier vlak bij,’ gelijktijdig zoekt ze al naar een stapeltje folders in haar tas: ‘Laat me eens even kijken?’ ze bladert door het stapeltje: ‘Kijk dit is het juiste foldertje. Er staan telefoonnummers op om contact op te nemen.’

De serveerster glundert als ze het foldertje aanpakt: ‘Bedankt en geniet van het toetje dames.’ Dan reageert ze weer op een wenk van een klant een paar tafeltjes verder op.

‘Sita, komt het vaker voor, dat je zo over naakt-yoga wordt aangesproken?’ vraagt Fatima nieuwsgierig.

‘In ieder geval vaak genoeg om met een stapeltje brochures rond te lopen.’ Ondertussen bergt Sita de foldertjes weer op. ‘Ik denk dat deze confrontatie puur komt, doordat zij flarden van ons gesprek heeft opgevangen. Toch sinds ik voor die yogakalender en de website heb geposeerd; wordt mijn gezicht duidelijk met yoga verbonden.’

‘Sita, dat was toch niet naakt hè?’

‘Maar natuurlijk wel Fatima; als je het nudisme wilt promoten, ga je niet gekleed op zo'n kalender staan.’ Ondertussen vist Sita weer in haar tas. ĹKijk dit is de nieuwe voor volgend jaar. Binnenkort ligt hij weer in de boekhandels en tijdschriftenwinkels,’ gelijktijdig schuift ze de fullcolourkalender uit de envelop.

Fatima bekijkt de foto's zorgvuldig. Na enige tijd reageert ze met de opmerking: ‘Gelukkig zijn het niet alleen dames!’

“Ja Fatima; we hebben bewust gekozen voor iets meer mannen. Je wilt het algemene ‘glamour idee van mannen’ niet versterken,” zegt Sita, waarbij haar lage stem bij ‘glamour’ nog dieper wordt om daarop de nadruk te leggen.

Nu stelt Fatima de vraag die op haar lippen ligt: ‘Wordt je vaak herkent?’

Even aarzelt Sita, dan komt haar lage vrouwenstem met: ‘Toen de vorige kalender pas uit was werd ik regelmatig herkend. Nu is die aandacht weer vergleden. Hoe het straks weer wordt is afwachten!’

‘En als je op die foto's een slipje had moeten dragen?’ flapt Fatima er uit.

‘Dan had ik het niet gedaan!’ zegt Sita resoluut: ‘Want ik wil juist die vrijheid adverteren! Ik wil ook geen verstoppertje spelen in de poses, zoals je dat vaak ziet in zachte erotische foto's. Ik bedoel, dat de richting zo is gekozen, dat juist een arm of een been je vagina bedekt, of dat schaduweneen dergelijk effect hebben. Frits heeft er weer echt wat van gemaakt.’

Fatima kijkt op haar horloge. ‘Ik heb nog zoveel vragen Sita, dat we hier nog tot morgen vroeg kunnen zitten praten. Helaas moet ik deze trein echt pakken, want anders wordt het veel te laat!’

‘Dan moet je nu echt opschieten, want anders zit je hier weer een half uur!’ zo spoort Sita Fatima aan.

Met een knuffel nemen ze afscheid van elkaar: ‘Ik zie je op de volgende les, Sita!’ zegt Fatima als ze zich los maakt: ‘En bedankt het was een geweldige ervaring.’

Fatima verlaat op een drafje het restaurant. Sita roept haar nog enkele woorden na maar die gaan te onder in het geruis van de arriverende trein. Even later ziet ze Fatima wuiven van uit de trein...

Een kalenderfan

De coupé is nagenoeg leeg als de trein zich in beweging zet. Sita heeft een goed, verlichte zitplaats uitgezocht, zodat ze zou kunnen lezen. Voorlopig is ze daartoe nog niet instaat. De ontmoeting met Fatima vult haar brein met tegenstrijdigheden. Ze vraagt zich af, in hoeverre ze zelf in twee culturen leeft. Is er nog wat over van de Hindoe in haar? Heeft het accepteren van chakra's, dharma en re´ncarnatie binnen het polder-nieuwe-tijds-denken haar principes niet laten verworden tot die van een kaasmeid? In een bijna oneindige leegte glijdt buiten het nachtelijk polderlandschap voorbij. De hagel die deze kilte schijnbaar moet versterken, raast weer tegen de ruiten. Een jongeman, die een paar banken verderop zat, gaat tegenover Sita zitten. Sita negeert de jongeman; ze tracht haar gedachten te ordenen. Even is daar de gedachte aan haar tweelingzus Radha. Radha zit inmiddels halverwege in haar routineles. Zo zijn er meer van die flitsen. Ondertussen ziet ze dat de jongeman haar regelmatig gadeslaat. Lezen is vaak een goede methode om een ongewenste conversatie te vermijden, bovendien help het bij opdringerige gedachten, dus pakt ze Taboe in de hoop dat het verhaal haar weer zal boeien: “Een tengere dame van middelbare leeftijd komt binnen. Cirvel neemt de vrouw in zich op. Haar naaktheid geeft haar een uitstraling van: ‘Ik ben heerlijk mezelf en ik hou van het leven!’ Ze komt verrukkelijk trots over.

‘Dit is zuster Laura. Ze zal jullie helpen bij het opknappen. Ik zie jullie straks weer bij de overdrachtsceremonie geeft meester Agdar aan bij het voorlopig afscheid...’

De overdracht

De Overdrachtsceremonie is aanstaande. Het idee doet Cirvel griezelen. Zij en Anga zullen zich ten aanschouwen van die ruige soldaten poedelnaakt moeten uitkleden. Verder zal inmiddels het hele dorp wel aanwezig zijn. Berichten gaan heel snel rond in deze streken, bovendien valt er voor het volk weinig te beleven. Zo'n ware volksoploop is dan onvermijdelijk. Langzaam loopt het gezelschap naar het voorplein van het klooster. Meester Agdar geeft Cirvel een hand en probeert haar moed in te spreken. De oude monnik is best aardig, maar hij kan aan dit vernederende vertoon ook niets veranderen.

Cirvel kijkt naar Anga. Ze vindt het verschrikkelijk, dat dit levenslustige meisje dit vreselijke lot met haar moet delen. Het arme wicht zal aangerand worden door misschien wel duizend ogen! Op het midden van het voorplein, hebben de soldaten reeds een reusachtig vuur ontstoken. Het zijn inderdaad de zelfde soldaten, die haar op de tocht hebben begeleid. Buiten deze kring staan nog meer soldaten opgesteld. Deze laatste herkent Cirvel niet. Het plein is volgestroomd met mensen. Het publiek zit zelfs in de bomen en op de muren. Voor het vuur is een podium, waar de commandant van de troepen reeds heeft plaatsgenomen. Cirvel ziet hoe de abt van het klooster - in een draagstoel - naar het podium wordt gebracht. Statig neemt hij in de zetel naast de commandant plaats. Door zijn rechtvaardigheid is deze abt heel gelieft bij de arme dorpsbewoners, dus wordt hij verwelkomd met een oorverdovend gejuich.

Donkere wolken pakken inmiddels boven het klooster samen. Het rommelt in de verte. Aarzelen klimt Sita het podium op. Ze huivert, want die droom - waarin ze levend wordt verbrand - staat haar weer helder voor de geest. Als verdooft gaat ze op de zetel zitten, die haar wort aangewezen. Zo als een slavin dat betaamd, moet Anga moet naast haar op de houten vloer gaan zitten.

De toespraak van de commandant gat geheel langs Cirvel heen. Nu gaan de laatste vijf jaar van haar leven definitief in. Nog vijf jaar dan zullen niet alleen hun kleren, maar ook hun lichamen in vlammen opgaan. Deze plechtigheid is zoiets als van-te-voren je eigen executie herdenken. De hoogwaardigheidsbekleders zijns inmiddels klaar met hun toespraken. Het applaus sterft weg; doodse stilte. Het trompetgeschal snijdt Cirvel door merg en been...”

Een vroege winter

‘Spannend hé!’ zegt de jongeman die tegenover Sita zit onverwacht.

Sita schrikt op: ‘Ja ... uh.’

Met: “‘Taboe’ staat in een gebonden, geïllustreerde uitgave bij mijn ouders in de boekenkast; ik ken het verhaal dus,” tracht de jongeman haar aandacht te trekken.

Sita reageert wat afhoudend met: ‘Oh, ja.’

‘Ik werd als puber promt verliefd op Cirvel,’ voegt de jongeman er aan toe.

Sita gaat rechtop zitten. Dan bergt ze ‘Taboe’ op. Ondertussen neemt ze de jongeman beter in zich op: ‘Waar heb ik de onderbreking van het spannende verhaal aan te danken?’ vraagt Sita nog enigszins verbolgen.

‘Een fan; ben jij niet het vrouwelijk model van die nudistische yogakalender?’ vraagt de jongeman de jongeman zonder schroom.

Sita gaat nog rechter op zitten en zegt: ‘Inderdaad; ik heb voor zo'n kalender geposeerd!’ Hiermee heeft ze besloten hem niet te negeren.

De jongeman strijkt een donkerblonde lok naar achter en vervolgt zijn ingang met: ‘Ik koop die kalenders al een paar jaar. Ze zijn mooi uitgevoerd.’

‘Het moet meer zijn als puur plaatjes kijken.’

‘Jullie zijn daar zeker in geslaagd. Het nodigt echt uit om de oefening zelf te proberen!’ bevestigd de jongeman met heldere stem.

Het voorhoofd van Sita neemt de vorm aan van een pas geploegde graan akker: ‘Ja, we hebben geprobeerd de aanwijzingen zo duidelijk mogelijk te maken! Het goed en kort omschrijven van yoga-oefeningen is nog niet eenvoudig,’ moet ze kwijt met een serieuze ondertoon in haar stem.

De jongeman haakt daar op in met: ‘Die aanwijzingen zijn zeker geslaagd. Maar zal ik me even voorstellen: Ik heet Arnold van der Berg.’

‘Sita Chander, maar dat wist je al, want dat staat al op de kalender.’

Er ontwikkelt zich een gesprek tussen Sita en Arnold. Ondertussen rolt de trein door het landschap dat steeds meer winterse trekken krijgt. De trein gaat plotseling langzamer. Grote, witte sneeuwvlokken plakken tegen de ruit.

‘Het kan wel eens heel vroeg winter worden,’ zegt Arnold.

‘Kijk maar eens naar het raam. Het begint nu al aardig!’ zo haakt Sita er op in.

Arnold voegt toe: ‘Zolang het bij natte sneeuw blijft; want ik moet straks nog een flink eind fietsen.’

‘Ik heb een hekel aan fietsen in het donker! Zeker bij slecht weer en als het bovendien nog glad is ...’ De rest slikt Sita in.

‘Ja, auto's houden maar weinig rekening met Fietsers,’ knalt Arnold er tussen.

Weer staat de trein bijna stil. Dan trekt hij weer langzaam op. Dit telkens stoppen en langzaam rijden is niet gebruikelijk op deze route. Sita vertrouwd het niet. Ondertussen babbelen Sita en Arnold wat af. Na een kwartier stilstaan komt de trein weer langzaam in beweging. Voort glijdt de trein verder door het donker. Witte vlokken kleven tegen de ruit. Dan spoelt de regen ze er weer af. Bij het volgende stationnetje komt de trein veel te laat tot stilstand. Mensen stappen in en uit. De koude lucht uit de openstaande deuren vormt kippenvel op de huid van Sita.

Er komt een jonge dame naast Arnold zitten: ‘Puf ... tjonge, tjonge; het is spiegelglad!

‘IJzelt het dan?’ vraagt Sita; ondertussen neemt ze het donkere meisje in zich op. Haar gezicht is knap, hoewel de lippen aan de dikke kant zijn; zeker in vergelijking met de platte neus. De overdreven make-up verpest haar schoonheid eerder, dan dat het er iets aan toe voegt.

‘Ja, er valt onderkoelde regen!’ er doemt een groefje in haar voorhoofd: ‘Nu ligt er zeker al een halve centimeter ijs op straat!’ gaat de jonge dame gretig in op de geboden aanzet tot gesprek.

Arnold kijkt semi-onopvallend naar het kuiltje in haar kin. Ondertussen zegt hij: ‘Daarom rijdt de trein zo langzaam!’

De jonge dame staat op en gaat naast Sita zitten: ‘Zo kan ik beter tegen al dat stoppen en optrekken.’

Sita fronst haar voorhoofd als ze Arnold aanvult met: ‘Er hangt natuurlijk ijs aan de bovenleiding!’

‘Dat laten ze smelten door een verschilspanning op de bovenleiding te zetten!’ oppert Arnold bijna onbewust, want zijn aandacht wordt gevangen door de jonge dame schuin tegenover hem. Dat kuiltje in die kin laat hem niet los.

‘Arnold; hoe lang moet jij straks fietsen,‘ vraagt Sita bezorgt.

Het duurt even voor Arnold reageert: ‘Normaal, is het een klein uur, maar nu!’

‘Nee,’ er vormen zich kleine lachrimpeltjes rond haar mondhoeken; tevens verdiept het kuiltje in haar kin: ‘Lopen gaat sneller als fietsen!’ zo breekt de jongedame in.

‘Hoezo dat?’ vraagt Sita verbaast...

Aan de overkant van het gangpad wordt gelachen. Arnold kijkt de jonge dame aan en glimlacht. Voor hem is het een bekende mop, dus zegt hij heel droog: ‘Want met lopen sla je telkens een stukje over. Dat is een oude mop. Ik had me nog niet gerealiseerd, dat ik waarschijnlijk moet lopen.’

‘Je kunt wel bij mij overnachten,’ geeft Sita aan: ‘Maar je weet wij leven nudistisch in huis, dus alles moet uit!’

‘Dat zou ik voor geen geld doen! Dan maar vier uur lopen over donkere gladde wegen!’ zegt de jonge dame vol vuur.

‘Hoewel het voor mij nieuw is, lijkt het me anders wel een uitdaging; binnen bevrijd van alle kleren. Tussen twee haakjes; hoe heet jij?’ reageert Arnold.

De jonge dame gaat vlot op die vraag in: ‘Je kunt me Naomi noemen. Het is eigenlijk mijn tweede naam, maar er zijn zoveel Maria's.’

‘Nu dat is Sita en ik ben Arnold. We hebben elkaar zojuist - in deze trein - ontmoet,’ Arnold wijst gelijktijdig met zijn rechterhand Sita en dan zichzelf aan.

Sita vult Arnold aan met: ‘Het gesprek begon over een nudistische yogakalender, waarvoor ik heb geposeerd. Beter gezegd; waarvoor ik al heel wat jaren poseer. Arnold koopt die kalender en is daardoor fan van mij geworden.’

‘Bovendien zag ik Sita een bekend boek lezen. Ik geloof dat, dat de eerste aanleiding was!’ voegt Arnold er aan toe.

‘Sita, heb je er dan geen last van, als mannen zo door je kleren kijken,’ vraagt Naomi met de opdringerigheid van het manvolk in haar achterhoofd.

‘Nee Naomi; zolang ze niet echt lastig worden, laat ik de mannen maar kijken. Bovendien als je niks aan hebt kunnen de mannen niet door je kleren kijken. Dat is één van de voordelen van het nudisme! Maar Naomi meid; ben jij dan niet tevreden met je lijf?’ zo legt Sita met één vraag de zere plek bloot.

‘Nou ja; ik ben te dik en het lijnen lukt maar niet!’ reageert Naomi met irritatie in haar hoge stem.

Even vraagt Sita zich af, of het verstandig is de waarheid naar voren te brengen. Dan komt ze met: ‘Zo ingepakt kan ik het niet goed beoordelen, maar te dik ben je zeker niet. Je kijkt te veel naar de anorexia-dennen in de modebladen. Je make-up Naomi spreekt wat dat betreft boekdelen! Arnold wat vindt jij van die lagen verf?’

‘Lelijk! Een clown kan met minder toe,’ zo pakt Arnold het balletje op: ‘Serieus het verpest je mooie huid. Meestal durf je er niets van te zeggen maar...’

‘Nou, jullie weten wel hoe je iemand moet afkraken!’ zegt Naomi bits. Ze voelt zich in een hoek gedrukt. Ondanks alle moeite, die ze aan haar uiterlijk besteedt, mag ze er kennelijk niet wezen.

‘Kom op, Naomi meid; jij hebt een verdraaid knap gezicht. Het is slechts de make-up die het verpest!’ troost Sita haar.

Dan kondigt de luispreker - van het videoscherm - het volgende station aan. Het is tevens het laatste station, want door de ijzel is de bovenleiding gesneuveld.

Sita en Arnold moeten hier uitstappen. Naomi schrikt; je zult maar midden in de nacht - met dit hondenweer nergens heen kunnen...