Wat een begin!

(Vrijheidskwartier vervolg - roman...)

De noordwester jaagt motsneeuw over de tweebaans snelweg. Het is zo'n intense stuifsneeuw die de ruitenwissers soms amper kan bijsloffen. Eind oktober, het zou aardig najaarsweer moeten zijn, maar het lijkt wel winter!

Hoewel ze zich niet gauw door het weer laat beïnvloeden valt er aan deze grauwheid niet te ontkomen. Dan komt daar nog bij, de spanning van het onbekende. Stel je voor: Je gaat opzoek naar een wat intensievere yogales en komt uiteindelijk terecht in een nudistische groep! Dat is Tineke overkomen. Waarom ze ja heeft gezegd, kan ze van zichzelf niet begrijpen.

Er komt een tegenligger langs. Het is een zware vrachtwagen. Ze voelt de dreun in het stuur. De voorruit verandert gelijktijdig in een sneeuw-modderpoel. Ze geeft de ruitensproeier een stoot. Als dit zo doorgaat is het reservoir zo leeg. Daar is het klaverblad al. De zesbaans voelt veiliger met dit weer. Ze is bewust vroeg van huis gegaan, maar het begint nu al te schemeren. Ze had haar zinnen al een paar jaar staan op zo'n intensere yogacursus haptoyoga, dus koos ze voor haptoyoga. Die folder die haar zo aansprak staat haar nog helder voor haar geest. Maar helaas weer waren de geklede cursussen vol. Ze kon dus kiezen tussen de wachtlijst of de nudistische cursus in zo'n klein huiskamer groepje. Die wachtlijst is nu geen alternatief meer. Het is de schaamte voorbij! Niet dat deze beslissing geen twijfel kent. De twijfel verscheurt haar denken. Nerveus drukt ze haar sigaret uit in het asbakje. Hoelang probeert ze al te stoppen met roken? Ze verschuift het kussentje in haar rug en gaat wat rechter opzitten. De sneeuwbui gaat even liggen. Ze schakelt de piepende ruitenwissers uit. Een zee van oranje neonlicht kondigt de bewoonde wereld aan.

Met bonzend hart

De rotonde komt in zicht, nu kan ze nog omkeren, maar haar lijf doet het niet! Ze rijdt een statige villawijk binnen; overal hoge sneeuwbulten. Hier moet het ergens zijn. Ze vraagt een voorbijganger; rijdt nog een rond je. Dan ziet ze het verlichte bord ‘Eikenhorst’ met het huisnummer 18. Het paadje is pas geruimd. De bel doet: ‘Ding ... dong’. Ze voelt haar hart in haar keel bonzen.

Naakt doet hij open. De deur gaat niet eens op een kiertje, maar bijna half open. Het buitenlicht glimt op zijn penis; even aarzelt ze, maar toch stapt ze naar binnen. Ze volgt hem door een korte gang. Achter de tweede deur doet hal van de villa ruim aan. Aan haar linkerhand staat een antieke kast.

‘Hallo, ik ben Frans’ zegt de naakte man, terwijl hij haar een hand geeft, die noch slapjes of noch stevig is. Die stem stelt haar enigszins op haargemak.

‘Oh ja,’ en wat verdwaast neemt ze de hand aan. ‘Ja, ik ben Tineke, van de telefoon. Ze neemt hem in zich op. Met zijn grijze baard en kale kruin heeft hij wat van een monnik.

‘U kunt zich hier uitkleden,’ zegt Frans met rustige stem.

Ze kijkt hem aan; er zit iets in die pretoogjes. De BH en slip die nonchalant aan de kapstok hangen laten duidelijk zien wat de bedoeling is. Nu moet het echt gebeuren. Stel je voor: je moet je helemaal uitkleden in een vreemde hal van een vreemde villa. Het ziekenhuis is er niets bij!

In de huiskamer, rond de theetafel is het gezellig en warm. Suzanne babbelt met Radha over haar werk. Radha babbelt over haar kinderen. Het stelt Tineke op haar gemak. Een schemerlamp in de hoek en de kaars op de tafel verdrijft de grauwheid van de sneeuw, uit de gedachten van Tineke. Plotseling gaat de bel ‘dat is vast Abdullah’ zegt Frans. Hij verlaat de kamer om open te doen...

Nog zo'n eerste ontmoeting

Abdullah heeft zich aangemeld voor passiefoefeningen. Het begon allemaal met die advertentie voor die cursus massage. Die advertentie had wat; hij wist niet waarom, maar hij bleef de krant er voor openslaan. Nu heeft Abdullah verlichte, moderne ouders. Bemiddelen in het vinden van een partner, dat wordt algauw uithuwelijken, daar bleven ze verre van. Maar Abdullah is van naturen verlegen, dus kwam het er niet van. Zijn vrienden kaapten de buit voor zijn neus weg en hij bleef alleen.

Die zeldzame, korte avontuurtjes faalden jammerlijk, door zijn onhandigheid. Hij verdreef de leegte door zich op zijn werk te storten, maar de honger naar aandacht bleef knagen...

De ontmoeting

Het was een lange hete zomer, maar nu slaat het de herfst bijna over. Buiig weer pakt uit met de eerste sneeuw. Het idee dat straks alle kleren uit moeten lokt Abdullah vandaag in het geheel niet. Dit is weer om je geheel in te pakken. Als hij de hoek omslaat striemt de hagel-sneeuw zijn gezicht. Nu moet hij doorzetten, want er is eindelijk een partner voor de cursus. Voor dit moment heeft hij bijna een jaar meegedraaid in de gewone yogalessen. Toen kwam het moment dat alles uit moest, maar dat was een pure mannengroep. Het was even wennen maar achteraf gezien viel het wel wat mee. Dit is beslist anders. Hij voelt zijn hart nu al bonzen. Stel je eens voor zeg: een cursus strelen met een andere vrouw en alles gaat uit. Hij tuurt naar de huisnummers op de brievenbussen. Dit is nummer 10; even verderop een verlicht bord ‘Eikenhorst’. Daar moet hij wezen. Dat is inderdaad nummer 18. Het is een statige villa, waar hij moet zijn. Het toegangspad is kort geleden geruimd. Er zit aarzeling in zijn benen. Nu kan hij nog terug; gewoon niets meer van je laten horen. Het is alsof zijn voeten aan het ijs plakken! Hij zet door; het is nu of nooit! Zijn verkleumde hand reikt naar de bel. Er klink een galmend: ‘Ding ... dong...’

Als het ‘dong’ uitsterft is er weer het geratel van de hagel. Abdullah steekt zijn handen in zijn zakken. Hij had handschoenen moeten meenemen. Is daar geschuifel in de hal? Nee toch niet; de hagel verdringt ieder geluid. De tijd veranderd in een eeuwigheid. Moet hij nog een keer bellen? Hij wil niet opdringerig overkomen. Nutteloze gedachtespinsels storten als hagelstenen uit de onbewuste diepten van zijn brein.

De voordeur kraakt een zwaait open. Voor hem staat Frans zijn lesgever. De hagelstenen die op zijn naakte lijf afketsen schijnen hem niet te deren.

‘Hallo Abdullah, kon je het wat vinden?’ klinkt de luchtige stem van Frans in zijn oren.

Het breekt de spanning. Abdullah klopt de hagel zo kwaad als dat gaat van zijn jas af en antwoordt ondertussen: “Nou, ja de nummering is hier niet overal even logisch, maar door dat grote bord ‘Eikenhorst’ ik heb het gevonden.”

‘Ja, bij een recht stratenplan is dat allemaal wat simpeler,’ reageert Frans.

Abdullah volgt Frans een tweede deur door. De korte gang gaat over in een ruime hal. Hier komt de warmte hem tegemoet.

Is zij is er al? Hij is niet de eerste, want naast bovenkleding, hangt er een BH en een heupstring prominent aan de kapstok. Het ondergoed getuigt van smaak en past qua kleur perfect bij de bovenkleding die er naast hangt. Er is een vaag gevoel van herkenning. Hij kleedt zich uit. Weer is daar, die aarzeling; die overgaat in kippenvel dat over zijn huid loopt. Hij verzet zich; schuift zijn slip naar beneden. De angst voor erotiek borrelt op uit de diepte van zijn brein, maar bereikt net niet het punt waarop zijn penis zich daadwerkelijk opricht.

Dan doet Frans de deur van de kamer open. Slechts bekleed met het Allawietisch-zwaard - in de vorm van en gouden hanger - betreedt Abdullah de kamer. Hij voelt zijn hart in zijn keel bonzen. Schuin voor hem zit Suzanne op de grond. Ze staat op; haar lange blonde haar strijkt - door de beweging van het opstaan - speels langs haar blote billen en volle dijen. Ze reikt hem haar hand. Een moment van herkenning; het is een collega van zijn werk. Het meisje van de postkamer, waar volgens zijn manlijke collega's geen donder mee valt te beginnen. Ze kruist regelmatig zijn pad. Ze woont aan de overkant van de straat. Vorig jaar kwam hij haar tegen op de vliegerclub. Dit had Abdullah niet verwacht. Hij is blij verrast! Zo is ze mooi; adembenemend. Ze kijk hem aan en staat op. Met een laatste pas die resulteert in een bevallige heupwieg - van haar zandloperfiguur - legt ze haar hand in de zijne.

Abdullah kijkt Suzanne aan. Het is weer zo'n fractie van een seconde, die een eeuwigheid duurt. Even kijkt haar in de ogen. Ze stralen zelfvertrouwen uit. Hier is ze zo anders als op de zaak; zo sterk. Dan glijdt zijn blik weer over haar naaktheid. Om zo naar een vrouw te kijken wekt zijn schaamte, maar hij geeft er niet aan toe en volhardt in zijn observatie. Ze is mooi; adembenemend mooi. Hij voelt zijn penis rijzen; het stuk ongehoorzaamheid staat als een paal, maar zij schijn het niet eens op te merken; of doet alsof. Bijna automatisch sluit hij zijn hand om de hare. Het wordt een onverwacht, ferme handdruk.

‘Jullie kennen elkaar?’ vraagt Frans.

‘Ja, oppervlakkig we wonen in de zelfde straat en werken in het zelfde gebouw! Maar de laat de laatste tijd kruizen onze wegen zich steeds vaker,’ antwoord Suzanne voordat Abdullah een woord kan uitbrengen.

De andere dames kent Abdullah niet. Frans stelt ze aan hem voor: Het zijn Tineke, Marion, Miep en Radha. Radha wedijvert in de ogen van Abdullah met Suzanne in schoonheid. Ze is donker; haar lange zwarte haar hangt in een paardenstaart die haar billen streelt. Alleen de gedachte aan die vrouwelijke weelde al, laat de erotiek in Abdullah weer steigeren. Hij voelt zich ongemakkelijk.

‘Wil je thee Abdullah?’ vraagt Frans.

‘Ja, graag,’ hoort Abdullah zichzelf zeggen.

Al spoedig ontstaat er een gezellig gesprek. Abdullah is zijn naaktheid bijna vergeten. Even later vraagt hij zich af met wie van de dames hij aan passiefoefeningen gaat werken.

‘Ik lees graag poëzie,’ zegt Tineke.

“Ik heb een bundel vertaalde gedichten van Rumi uit ‘de Slechte’ meegenomen. Ze raken je met je levenswijsheid. Tineke ken je dat?”

‘Nee, maar in de slechte kun je soms heel interessante boeken vinden.’ Antwoord Tineke.

‘Ik denk dat het gaat om de Soefi mysticus Mevlana Rumi. Hij leefde van 1207-1273 in PerziŽ.’ brengt Abdullah in. Als Suzanne enige regel citeert weet hij het zeker. en vult hij het gedicht aan. Dan declameert hij de Perzische versie om ritme en rijm te laten horen. Abdullah is in zijn nopjes, want Rumi is zijn favoriete onderwerp.

‘Wat is Soefi,’ vraagt Tineke.

Abdullah legt het uit. De anderen hangen aan zijn lippen. Hij staat nu in het middelpunt van de belangstelling staat voelt goed; hij mag er zijn. Ze verder praten over literatuur en filosofie. Zijn naaktheid is hij nu geheel vergeten. Maar zoals dat gaat bij alle goede momenten, gooit de tijd roet in het water. De theepauze is voorbij. Dan Abdullah samen met Suzanne naar boven. Het doet hem goed dat zij zijn maatje voor passiefoefeningen is. Boven krijgen ze les in passiefoefeningen van Frans. De anderen blijven onder leiding van Radha beneden voor een routineles. Deze groep is feitelijk wat groter, want er zijn twee heren en een dame ziek.

Emoties - Helende tranen...

Er moet nu echt gewerkt worden. Frans schuift het gordijn voor de spiegelwand weg en laat met Suzanne de Weegschaal zien. Het is een oefening om nader tot elkaar te komen. Abdullah voelt de linkerhand van Suzanne tegen de zijne. Hij moet een langzame improviserende beweging maken. Met gesloten ogen moet hem volgen. Onwillekeurig kijkt naar haar borsten. In de spiegel ziet hij dat lange, golvende blonde haar dat haar billen streelt. De sensualiteit doet haar tepels groeien tot ze staan in de hof. Dan is er weer die weerstand. Zo kijken naar een vrouw dat hoort niet. Ergens vanuit de diepte van zijn bewustzijn dreigt een imam met een fatwa van verstoting. Suzanne is veroordeeld tot de dood door steniging en hij moet de eerste steen werpen. Hij verzet zich en laat de steen op zijn eigen voet vallen. Dan staat hij plotseling naakt buiten. Er vallen hagelstenen gelijk zwerfkeien.

Abdullah zit op de grond en huilt. Suzanne heeft een arm om hem heen geslagen. In gedachte herleeft hij de Hadj. De eerwaarde Rumi staat naast hem. Samen stenigen zij de duivel!

Even later herhalen Abdullah en Suzanne ‘de Weegschaal’. Hij kijkt nu met genoegen naar de schoonheid van haar naaktheid, bij het zachte licht van de schemerlamp. Het is alsof hij door de lucht wordt gedragen; een gevoel van totale bevrijding.

Frans heeft ondertussen muziek opgezet. Het maakt de oefening tot een trage dans. Heel langzaam draaien ze om elkaar heen. De zachte, vertouwde stem van Frans doet de rollen omkeren. Abdullah laat zich nu door Suzanne leiden. Vol overgave volgt hij haar warme vingertoppen en laat zich meevoeren. Het is verrukkelijk om zo kwetsbaar te kunnen zijn.

Vervolgens gaat de oefening over naar ‘Spiegelen’. Het directe contact is nu opgeheven, maar de ogen moeten nu weer volledig meedoen. Abdullah durft nu echt naar Suzanne te kijken. Het beeld van haar brede vrouwelijke heupen en volle bovenbenen zet zijn brein aan tot een erotische roes. Er valt een druppel op het laken, maar het deert niemand. De weg van zijn hand stuurt de vormen van haar lichaam. Zo kneedt hij haar tot een klassiek standbeeld om haar even later weer te laten terugkeren tot die erotische vleselijkheid. Even later pakt Suzanne en keukenrol en scheurt een tweetal vellen papier voor hem af, zodat hij zijn penis kan drogen.