Epi van Al-lat

(Vrijheidskwartier vervolg - roman...)

Fatima schuift een printdummy – met elektronisch papier – in de printer. Het apparaat begint te zoemen. Ondertussen zoekt ze verder op het net. Even later klinkt er: ‘Uw boek is klaar!’ uit de luidspreker en de gevulde dummy schuift naar buiten. Ze pakt het boek op en opent het boek en bladert. De rechter pagina's tonen het origineel in fullcolour. Op de linker pagina's staan gegevens over de reconstructie en de restauratie. Links naast de titelpagina staat een videofoto. Ze raakt het bijbehorende icoontje aan. Een film over het restauratieproces start. Het was oorspronkelijk een boekrol. Sommige pagina's zijn letterlijk in elkaar gepuzzeld. Na een paar minuten stop ze de video. Voorlopig is een eerste indruk voldoende. Ze bladert verder naar de eerste echte pagina. Even moet ze wennen. Arabisch uit de tijd van voor de profeet. Het gaat haar niet zozeer om de inhoud – er staat poëzie; wonderschone poëzie – maar de betekenis van de begrippen. Haar vermoeden wordt al snel bevestigd. Het Arabisch is verandert. Bijna verwerpt ze deze ketterse gedachte weer, maar ze laat het bij de twijfel.

Fatima meldt zich af en verlaat het studeerkamertje met een stapel gevulde dummy's onder haar arm naar de huiskamer. Ze schuift een bijzettafeltje aan voor de boeken; legt haar badlaken op de bank; gaat zitten; pakt het boek met de oude boekrollen; bladert; en gaat – ergens achter in – bij ‘de profetes Rabi'a’ zitten lezen:

« Gelijk Ik &aecute;&aecute;n ben, ben IK velen;
Men kent Mij bij veler namen,
eer aan de mens die ener Mijner namen eert;
Voor de simpelen-van-geest ben Ik in velen,
doch voor de mysticus, echter Ene.

Ik ben de Leegte en de Volheid;
Niets kan zijn zonder Mijner schepping;
orde zowel als chaos het is al, wat Mij deert.
De rijken van geest heb ik inzicht gegeven;
zij zijn de profeten hunner tijd.

Slechts een spiegel zijn die verhalen,
over Mijner bemoeienis en daden;
Waarvan de simpele en de vrome leert;
dien tijd gekoesterd verzameld en bewaard;
die vormen Mijn boeken ter lering. »

Ze worstelt nog wat met die vreemde letters. Het is een vers om te reciteren. Al gauw klinkt het in haar hoofd als een onbekende soera. Ze leest en herleest hardop; dan verder; de letters wennen al wat:

« [...] reis door de poorten der overgang;
gaf Ik dit kostbare inzicht [Mijne], reeds aan:
Mijn priesteres en zieneres altoos geëerd;
dochter van Sargon de Grote en-Hedu-Ana,
Mijn gezegende priesteres en zieneres.

Wie legt af het kleed, ter Mijner ere,
zoals zij Mijn priesteres en-Hedu-Ana,
Zal ontvangen het duizendvoudige weerd;
Zo [...] nu aan mijn trouwe dienares al-Rabi'a;
Opdat getrouwen wandelen op rechte paden. »

Het is een tekst die meteen haar hart raakt. Ze pinkt een traantje en leest verder. Verderop wordt het meer een verhaal in poëzie; bedoeld om gemakkelijk te memoriseren. Waarschijnlijk begonnen als een vertelling en later in deze geperfectioneerde vorm opgetekend. Het schrift went nu echt; Fatima vergeet de wereld om haar heen. Dat het buiten weer is gaan sneeuwen merkt ze niet. Het dorre landschap met hier en daar een oase, wordt even haar werkelijkheid. Het verhaal vertelt van een profetes en sterke vrouwen aan het hoofd van hun clan. Het verhaal gaat vooral over Al-Laat de vrouwelijke tegenhanger van Allah; hoe zij de dorstige mens leidt naar de onder het zand verborgen bron.  « Als een wolk die nederdaalt gelijk een koele mist leidt Zij de dorstige reiziger.(...) Want iedere bron zijnde één van Haare tepels, opdat de dorstige mens zich lave. »

Het ideale plaatje van de verhalen rond de profeet uit haar jeugd schrompelt ineen. Het is een harde wereld waarin de profeet werd geboren. Dit verhaal speelt zo'n eeuw misschien anderhalve eerder; althans dat kan ze opmaken de uit commentaren op de linker pagina's. Die vullen ook de gaten in de tekst; het is gokwerk van kenners.

De doos van Pandora ligt open: « Zoekt de Hemel niet boven, noch de Hel beneden; Oh Rabi'a! »  leest Fatima: ‘Maar is niet Al-laat gewoon de vrouwelijke kant van Allah,’ denk ze in een flits en ze vecht: ‘Sjaitaan al-Radjiem; onvrede zij met hem!’ tegen die gedachte, maar is niet instaat tot verwerping er van: ‘Is niet...’

Ze heeft hem niet horen binnenkomen. Voor haar staat de imam uit haar jeugd. Ze als kind nog op zijn knie gezeten: ‘Dit is weer zo’n visioen; toch niet!’

Sita staat achter hem en zegt: ‘Fatima ik heb een cadeautje voor je meegenomen.’

‘Imam, Ik kan niet meer bidden!’ gooit Fatima er uit met tranen in haar ogen.

‘Fatima je bid voortdurend,’ denkt hij, maar hij spreekt dat niet uit en vraagt: ‘Fatima, voel je j' onrein?‘

‘Nee, dat is nou juist het gekke. Mijn verstand redeneert dat ik onrein zou moeten zijn, maar mijn gevoel zegt wat anders,’ reageert Fatima op zijn vraag.

‘Vertel nog eens meer over die ervaringen?’ vraagt hij.

Fatima heeft het gevoel dat ze nu eindelijk haar hart kan luchten. Imam Hassan laat Fatima vooral uitpraten. Er volgt een stroom van woorden. Soms gaat ze plotseling over naar het Arabisch en blijft daar dan zinnen lang in hangen, om even plotseling weer over te gaan naar het Urbaans.

De boekrollen van Sa'da-Wadi

‘Mag ik?’ Imam Hassan pakt het boek op wat Fatima heeft zitten lezen. Ondertussen neemt hij Fatima in zich op. Ze is groot geworden sinds ze op zijn knie zat. Toen was haar vader voorzitter van de moskee-vereniging. Ze werden vrienden in die tijd, maar helaas groeiden ze later uit elkaar. Het was de tijd van de scheuring. Hij had dat niet verwacht, maar haar vader ging mee met de fundamentalistische stroming. Fatima was altijd al een pienter kind. Die kon je niet afschepen met simpele weetjes; ze vroeg door. Terwijl de andere kinderen de Soera’s uit hun hoofd leerden zat zij al met haar neus in de grammatica.

‘Natuurlijk,’ zegt Fatima en ze gaat verder met: “Van het net geplukt. De ‘Epi van Al-laat Vrouwe van de zeven bronnen en Haar profetes Rabi'a,’ komt uit de verzameling rollen van ‘Sa'da-Wadi’ op geiten perkament. Ze worden gedateerd rond 475 na Christus een dikke honderd jaar voor de Profeet – vrede zij met hem – en dus ook de tijd dat het Romeinse rijk in verval raakt. Tot zover ik gelezen heb, vertoont het vele overeenkomsten met de Koran, alleen is de stijl veel verhalender.”

Ondertussen slaat hij het boek open en bladert. Op de rechter pagina’s staat zwart handschrift in een vlekkerige, bruine achtergrond. Het schrift komt hem onbekend voor. Het lijkt op het Aramees, maar de ronde vormen hebben meer iets weg van het Jamaspa waarin de grondtekst van de Gâtha's tegenwoordig wordt gedrukt. Het gele papier aan de linker zijde toont commentaar over de restauratie in een modern computerfont voor het Arabisch. Hier-en-daar staat een korte verklaring over een ontbrekende passage in Latijns transcriptie. Hij kijkt Fatima aan en vraagt: ‘Ik kan alleen het commentaar lezen. Fatima, kan jij dit lezen?’

‘Ja, het is een oude variant van het Arabisch. Je moet alleen even aan het schrift wennen,’ antwoordt Fatima.

‘Ze is ook al met Sanskriet bezig. Daar zit een echt talenwonder,’ voegt Sita er aan toe.

Ze drinken thee en ondertussen wordt het gesprek algemener. Imam Hassan ziet dat Fatima zienderogen opknapt. Het doet hem goed dat hij heeft kunnen helpen. Eenvoudig er zijn en niet meer dan een paar vragen stellen is vaak al genoeg. Door het raam ziet hij dat het buiten weer sneeuwt; verse sneeuw doet het goed bij de sauna. Het wordt al bijna donker. Zijn collega vangt nu het avondgebed op. Het voelt goed je zo-nu-en-dan aan het vaste ritme te kunnen onttrekken.

Een woning voor Fatima

Fatima dekt de tafel. Ze hoort aan het gestommel dat Sita thuis komt. Het logeren bij Sita en Annie bevalt haar wel. Ze geniet van de vrije sfeer. Ze beseft nauwelijks dat ze naakt is. Alleen als ze haar eigen huid aanraakt of haar spiegelbeeld opdoemt is ze het even bewust.

Zomaar een vreemde ambtenaar aan de andere kant moest genieten van haar bevallige gestalte; ze merkte vanmorgen merkte ze te laat, dat ze de schakelaar van de beeldtelefoon helemaal was vergeten. Ze heeft er zich toen ook maar niet meer druk over gemaakt en met ferme bewoordingen het nudisme verdedigd.

‘Heb je het ook op het nieuws gehoord?’ vraagt Annie aan Sita als ze de huiskamer betreedt.

“Ja, die school in ‘Klein-Mekka’ vier leraren en 21 leerlingen neergeschoten. Weer zo’n geval van zinloos geweld!” zegt Sita.

‘Is dat niet vlak bij het Vrijheidskwartier?’ vraagt Fatima.

‘Ja, vanuit jouw nieuwe woning kun je het dak van die school zien liggen!’ antwoord Sita.

Fatima kijkt Sita aan met een verbaasde blik in haar ogen: ‘Heb ik dan een eigen woning?’ vraagt Fatima om een bevestiging.

‘Ja, Fatima, ik heb met Dick gesmoesd en het is allemaal in kannen en kruiken. Als je niet druk maakt om een bouwvakker die een laatste klusje afwerkt kun je morgen de sleutel halen,’ antwoord Sita.

Fatima is blij verrast. Ze had niet verwacht dat alles zo snel zou gaan. Ze is Sita en Annie zeer dankbaar, maar weet even niet goed hoe ze die dankbaarheid moet uiten. Ze omhelst Sita zonder zich druk te maken om de kou die Sita van buiten heeft meegenomen. ‘Sita bedankt, dat is fantastisch!’ dan volgen er drie zeer gemeende zoenen. Vervolgens knuffelt Fatima Annie. Het slechte nieuws is ze even helemaal vergeten; verdrongen door een spontane opwelling van geluk. Dit wordt gevolgd door een rondedansje in de kamer, want iedereen deelt in het geluk van Fatima. De soepkommen rinkelen vrolijk op de borden. De simpele maaltijd is gezellig. Sita vertelt kleine anekdotes rond de colleges van vandaag. Ze weet dergelijke kleine gebeurtenissen een interessante draai te geven. Annie komt met verhalen over haar werk. Fatima komt met de confrontatie met de ambtenaar en daarna snijdt ze een roman aan die ze aan het lezen is. Voor Fatima is zo'n gezellig moment heel belangrijk, want in de grond van haar hart mist ze haar familie. De vrolijke stemming aan tafel geeft haar bewustzijn geen ruimte voor de sombere gedachten die verbonden zijn met eenzaamheid. Bovendien komen de anderen nu al met suggesties over de inrichting van haar nieuwe woning; zoals gordijnen die nog ergens in een doos liggen; vaatwerk wat dubbel is; en ga zo maar door. Daar komt nog bij alle mensen, die waarschijnlijk wel willen helpen met verhuizen en inrichten. Haar eerste gedachte van een matras op een kale vloer – hoewel ze daar al tevreden mee zou zijn – kan Fatima dus wel uit haar hoofd zetten. In tegenstelling tot de sneeuw buiten, smelten de laatste sombere flarden van gedachten als sneeuw voor de zon.

Infojunks

Na de maaltijd en de daarbij behorende afwas zet Annie het scherm aan. Het aquarium verandert in het eerste kanaal van de publieke omroep. Een showmaster prijst zijn lieftallige assistente aan. Annie haalt gelijk het laatste nieuws op. Een zandloper de het gezicht van de showmaster af. Dan verschijnt de intro van het nieuws. Vervolgens komt de onvermijdelijke reclame. Annie zet het geluid zacht en ze wachten al kletsend op de hoofdintro van het nieuws. Dan zet Annie het geluid weer op volle sterkte.

Bloederige beelden lopen over het scherm. Het internationale nieuws moest wijken voor de ramp in Klein-Mekka. Vijf leraressen en zesentwintig meisjes hebben inmiddels de dood gevonden. Verder zijn er vijftig gewonden. Het journaal laat bewakingsbeelden vanuit de kantine zien. De nieuwslezer meldt ondertussen dat de dader in de paniek is ontkomen. Er verschijnt een gebrekkig signalement op het scherm. Andere beelden tonen ziekenauto's die af een aan rijden. Het zijn beelden van een amateur-filmer die vanmiddag zijn gemaakt. De verslaggever van dit moment staat voor een donker gebouw waarvan slecht enkele ramen zijn verlicht. De ingang is afgezet met rood-witte linten. De gestaag vallende sneeuw heeft inmiddels alle sporen naar de ingang verzwolgen. Dan volgt het gebruikelijke buitenlandse nieuws. De oorlog tegen het terrorisme ijst weer nieuwe slachtoffers in arme landen. Die oorlog van de Yank is al meer dan vijftig jaar een topic in het nieuws. Met de afstandsbediening scipt ze het merendeel van het onderwerp. Er volgt nog: een opstand in de kersverse mullocratie van Zuid-Irak; een staatsbezoek van de Sultan van Oman; een ontslagen ambtenaar die een boekje opendoet over de sfeer in het ministerie van onderwijs. Vervolgens komt een nieuw onderzoek over Tv-kijken aan bod. De gemiddelde medelander besteed inmiddels zes uur per dag aan de combinatie net en Tv.

‘We zijn infojunks geworden,’ zegt Fatima.

De anderen beamen; even is de ramp op een school in Klein-Mekka buiten het bewustzijn van onze drie dames. De discussie gaat over de Tv en het net. Nu je alles op ieder gewenst tijdstip via glasvezel kan binnen halen, weet de kijker helemaal niet meer wat hij moet; over een achtergrond van quizzen zapt hij van menu naar menu. Meer dan honderdduizend zenders van over de hele wereld lonken naar zijn reacties of op z'n minst zijn kijkcijfers; gelukkig dat er nog echte vreemde talen zijn. De dames besluiten deze overdonderende buitenwereld te negeren. De tafel wordt ontruimd voor een simpel, ouderwets, bordspelletje levensweg; gezelligheid uit grootmoederstijd toen geluk nog gewoon was...

Een vreemde ontmoeting

Naomi zit te soezen in de trein. Buiten is het schemerlandschap nu bijna kleurloos. Ze heeft genoten van de zonsondergang over het winterpolderlandschap. De donkere dagen naderen. Voor Naomi wordt dit de eerste passiefoefeningenavond.Ze hoopt dat er veel deelnemers zijn, bovendien kan dit barre winterweer ook nog roet in het eten gooien. Er is veel gebeurd, sinds die onverwachte logeerpartij bij Sita en Annie. Haar relatie met Arnold groeit. Ze vullen elkaar goed aan. Het is dus meer dan vlinders in haar buik. Alles wijst er op dat hij tot over zijn oren verliefd is! Daarom is hij er vanavond bewust niet bij. Passiefoefeningen werkt niet echt, als je teveel van mekaar verwacht.

Tegenover Naomi zit een man verborgen achter een tijdschrift. ‘Ik geloof dat hij meer naar mij kijkt, dan dat hij echt iets leest,’ denkt Naomi. Vroeger zou een dergelijk gedrag haar storen. Nu observeert ze terug: ‘Wat gaat er om in dat kalende bolletje?’ Zijn metalen studentenbrilletje zakt wat weg naar links. ‘Het is een leraar op weg naar moeder de vrouw,’ raadt Naomi in gedachten: ‘Uitgeblust; door de oorlog in de klas; vijfentwintig pestkoppen hebben de strijd beslecht,’ gaat ze verder met haar fantasie: ‘Thuis rest slechts een paar pantoffels en het avondblad; je zult er maar mee getrouwd zijn!’

Naomi wil de man negeren. Soms is het of hij dwars door haar kleren heen kijkt. Aan de andere kant zit er iets in die glimoogjes, dat haar als een magneet aantrekt. Even is er dan die gedachte aan een andere plaats...

Zo laat Naomi haar gedachten de vrije loop. Een beursjup is hij zeker niet. Daarvoor is hij te oud. Bovendien leest hij een links opinieblad. Misschien zit hij wel in de politiek...

De trein vertraagd. Plotseling schudt de trein heftig heen en weer; wissels. Naomi valt bijna van haar bank. De bijna, kale man voor haar laat de printdummy met zijn tijdschrift vallen. Hij bukt en knielt om het op te rapen. Als hij weer omhoog komt ziet Naomi het bevrijde naturisten symbooltje aan de ketting om zijn hals.

Zodra de kale man gaat zitten, vraagt Naomi pardoes: ‘Heet U Frits?’

Boven zijn wenkbrauwen ontstaan, diepe voren van verbazing: ‘Ja ... hoezo?’

Naomi reageert bijna gelijk met: ‘Dan ben ik Naomi. Ik ben op weg naar Sita en Annie.’ Ondertussen neemt ze het monnikskopje nog wat beter in zich op.

De rimpels in het voorhoofd van Frits trekken weer bijna glad, als hij reageert met: “Wat een toeval zeg; dat we tegen over elkaar zitten. Naomi, laat dat ‘U’ maar vallen. Jij bent dus de nieuwe jonge dame in onze groep.”

‘Ja, ik verheug me op de passiefoefeningenavond,’ zegt Naomi op een vrolijke toon.

‘Heb je de gebarencursus al bestudeerd?’ vraagt Frits als ingang tot een gesprek.

‘Ja, ik heb er hard aan gewerkt. Die twee lessen, die ik achter loop moeten geen roet in het eten gooien. Dus ben ik naar de vriendin van mijn vriendin gestapt. Zij heeft een doof, zoontje. We hebben samen hard geoefend,’ antwoordt Naomi in haar babbelend tempo.

‘Ik vond het in het begin maar moeilijk,’ reageert Frits.

‘Is het ook, maar die vriendin heeft me fantastisch geholpen’. Ze babbelt gelijk door en vertelt hoe gebarentaal haar een nieuwe vriendin heeft opgeleverd. Dan volgt de ene anekdote naar de ander over dat gezin.

Bij een gaatje in de woordenstroom, worstelt Frits zich er tussen uit met de dooddoener: ‘Bij het leren van de taal gaat er niets boven de praktijk.’

‘Ik wil niet beweren dat ik er al ben. Straks ga ik af als een gieter,’ dekt zij zich in.

Hij reageert nuchter met: ‘Naomi, wees maar niet bang! De meeste beginners bakken er echt niets van.’

‘Jij bent fotograaf; niet...’’ zo geeft zij het gesprek een andere wending.

Hij gaat er meteen op in met: ‘Ja ... ik verdien mijn geld met modefotografie, reclamewerk en videoclips. Het is een klein bedrijfje. We werken met een team.’

‘En die kalender?’ vraagt Naomi nieuwsgierig, ze zoekt naar een vraag die door zijn pantser kan breken.