Regen en druppels

(Vrijheidskwartier vervolg - roman...)

De regen loopt langs de ruiten. Sommige druppels blijven hangen, andere lopen plotseling snel naar beneden. Deze laatste zijn in de minderheid. Abdullah kijkt naar het spel van de regendruppels. Het valt hem op hoe sommige van die druppels echt als knikkertjes langs de ruit lopen. Achter deze knikkertjes loopt telkens een spoortje van water; net een klein beekje.

Suzanne zal zo komen. Ze gaan samen passiefoefeningen en gebaren oefenen. Dus heeft hij de meubels wat verplaatst, zodat er een plek vrij komt. Daar liggen nu dekens afgedekt door een laken. Verder staat de verwarming hoog. Het is met alleen een badjas aan eigenlijk al te warm, maar hij wil niet naakt vlak voor de ruiten staan, bovendien kan Suzanne elk moment aanbellen.

Aan de overkant – waar Suzanne woont – brand licht. Het licht van de badkamer floept aan. Het kan wel zijn dat ze nu een douche gaat nemen. Abdullah kijkt weer naar de rollende regendruppels. Het licht van de straatlantaren spat uiteen in de druppels van de ruit. Ondertussen tikt de regen nu hoorbaar tegen de ruiten. De takken voor de straatlantaren wiegen heen-en-weer. Gelijktijdig lopen er veel meer druppels langs de ruit. Het wachten maakt Abdullah onrustig. Het borrelt in zijn gemoed; de tegenstelling tussen verlangen en verlegenheid. Hij is gek van haar; verliefd en wat nou? het maakt hem onzeker. Het licht in de badkamer aan de overkant van de straat gaat uit. Het was dus zeker geen douche. Abdullah rekt zich uit en gaapt. De warmte in huis maakt slaperig. De wind doet de regen tegen de ruiten razen. Buiten passeert een auto. Even is de hele ruit een schittering van lichtpuntjes...

Dan gaat de bel. Abdullah doet open. Het is Suzanne. Hij pakt haar paraplu aan; van dat kleine eindje is het ding kleddernat. Dan sluit hij de deur achter haar.

‘Hallo Suzanne; blij dat je er bent,’ zo begroet Abdullah haar, waarbij hij zijn verlegenheid probeert te onderdrukken.

‘Suzanne, hoe komt het dat jij zo goed bent in gebaren?’ vraagt Abdullah naar de bekende weg. Hij wil de stilte doorbreken en weet even geen betere vraag.

‘Ik heb je al verteld dat ik een doof nichtje heb, maar dat is niet het hele verhaal. Mijn oudste zuster was doof. Margo is helaas twee jaar geleden aan kanker overleden. Ik ben dus tweetalig opgevoed, want die erfelijke doofheid zit in onze familie.’ vertelt Suzanne. Dan zoekt ze even naar woorden.

‘Dat heeft pijn gedaan,’ zegt Abdullah begripvol. Suzanne neemt een slok thee en gaat op die opmerking niet in, maar gaat verder met: ‘Gebarentaal is dus eigenlijk iets meer mijn moedertaal.’

Dan barst Suzanne in tranen uit. Abdullah gaat naast Suzanne op de bank zitten en slaat een arm om haar heen. Suzanne pakt een zakdoek uit het etui dat voor haar op de salontafel ligt. Ze droogt haar tranen.

‘Ik ben mijn hele familie kwijtgeraakt. Ze zijn gemarteld en vermoord in de gevangenis,’ zegt Abdullah onbegrijpelijk nuchter. ‘Ik kan nog steeds niet huilen.’

Een zonsondergang

Het is dooiweer, maar er is gewaarschuwd voor gladde plekken, want de natte wegen kunnen opvriezen. Dus is Tineke tijdig van huis gegaan, want ze houdt niet van verrassingen. Vanavond wordt het haar tweede yogales. In de weilanden liggen nog de grauwe resten van de eens zo hoge sneeuwduinen. Gelukkig hield de veel te vroege winter geen stand, want dan had ze na één les al meteen een gedwongen vakantie; het spande er om! Op de spierpijn na is haar eerste les goed bevallen, dus verlangt ze naar de volgende les. Ze heeft de lage herfstzon schuin in de rug en dat rijdt heerlijk. Aan de overkant staan de huisgaande werknemers in de file, maar zij kan rustig doorrijden. Ze is dus in een goede stemming, want het tijdelijk geluk kan even niet op! Dit is dat genieten van het moment, dat ze uit een filosofisch boek over Yoga heeft gehaald. Ze nadert een dorp op de erven van de boerderijen staan treurende, half gesmolten sneeuwpoppen te wachten op hun naderende ondergang. Een kind herstelt de wortelneus, die een sneeuwpop zo juist heeft verloren; tevergeefs; alles is vergankelijk. De gedachte raakt haar nu niet; neuriet een vrolijk deuntje. Ondertussen zakt de zon naar de kim. De witte sporen van vliegtuigen kleuren in de verte reeds oranje. Tineke mindert vaart, want er lopen stroompjes water uit de berm de weg op. Dat wordt vanavond echt oppassen. De voorruit wordt vuil dus gebruikt ze de ruitensproeier. Het is goed dat ze die nog even heeft bijgevuld. De wissers piepen; even snijdt dat geluid door haar ziel. Dan weer glijdt ze terug in haar geluksgevoel.

Zo rijdt Tineke een parkeerplaats op om de zonsondergang even mee te pakken. Er is tijd genoeg; dus waarom niet. Op een paar vrachtwagens na is de parkeerplaats leeg. Ze rijdt door, totdat ze een plekje kan vinden met een wat vrije horizon. Eerst rijdt ze wat te ver, maar een klein stukje achteruit en het kleurenspel van de dalende zon opent zich voor haar. De rode zon zakt weg achter het zwarte kant van een kale bomenrij in de verte. Het versterkt de herfstkleuren. De eerst gele vliegtuigstrepen zijn nu vlak bij de horizon fel oranje. Hogerop wordt de lucht nu blauwgroen. Daartussen hangt en paarse wolkenband.

Voor Tineke is het zo’n moment van bezinning. Het moment waarop de meer nobele gedachten boven komen: ‘He, ik heb nog geen behoefte gehad aan een sigaret.’ De behoefte is er echt niet, dus verglijdt hij weer – die gedachte – gelijk de vliegtuigstrepen in de verte, die langzaam veranderen in windveren. Even doen ze denken aan zon zachte struisvogelveer op haar huid. Dan borrelt haar brein weer verder: ‘Zullen ze er vanavond allemaal zijn?’...

De spanning van vorige week is omgeslagen in nieuwsgierigheid. Samen met het schouwspel voor haar geeft dat een gevoel van verrukking. Een zuchtje wind; voor haar dwarrelt een rood blaadje van een boom. Er volgt er nog één; en nog één. Tineke wordt geboeid door dit ballet van de natuur.

Even later zoeft Tineke weer over de snel weg; dit is de zesbaans. De vrolijke muziek uit de radio wordt onderbroken voor reclame en het nieuws. In het donkerblauw voor haar doemen de eerste sterren op; of zijn het planeten. Voor Tineke is het allemaal één pot nat. Het wordt een heldere nacht, dus zal het vannacht wel hier-en-daar glad zijn. Op het moment is de weg mooi schoon en droog. Het nieuws is als vanouds weer een opsomming van rampen en ongelukken. Daarbij komen dan de nieuwe bezuinigingen van het kabinet. Constant beweren dat de criminaliteit wordt aangepakt en ondertussen alle goede projecten wegbezuinigen. Het is het paard achter de wagen spannen. Dan gaat het over de stakingen in het openbaar vervoer. Vandaag schijn het nog niet zoveel voor te stellen. Vanavond raakt het Tineke niet echt; ze is niet van plan haar goede humeur te laten bederven.

Ondertussen ziet Tineke in de verte al de oranje neonlichten van de rotonde. Ze merkt dat ze nog veel te vroeg is. Even overweegt ze een cafeetje op te zoeken maar dan besluit ze het er op te wagen, want ze zit nog vol met vragen. Even eerder dan de anderen geeft ruimte die te stellen. Heeft Frans niet zelf gezegd, dat het niet erg is als je wat te vroeg bent? Ze rijdt over een brede laan met aan weerzijde lage flats. Dan begint het te plenzen. De buien zijn vroeger dan voorspeld; ze zouden pas tegen middernacht komen. Tineke schakelt de ruitenwissers aan. De waterdruppels vermenigvuldigen de lichten. De meeste ramen zijn verlicht. Daarachter worden maaltijden opgediend en zijn anderen net klaar met hun maaltijd, want het is zo omstreeks etenstijd. Het is nu niet druk meer. Al spoedig verschijnen de eerste etalage ruiten in de begane grond van de flats. Het helle licht weerspiegeld in de natte asfaltweg. Die winkelruiten geven aan, dat Tineke het centrum nadert. Dan volgen er oudere panden en de winkeldichtheid neemt toe. Tineke passeert het station.

Een lifter

‘He wie is dat?’ denkt Tineke: ‘Is dat Radha niet?’ Bijna automatisch geeft ze een klein tikje op de claxon; err wordt teruggezwaaid.

‘Dat moet Radha wezen?’ vliegt er door het brein van Tineke. Ze stop op een parkeerhaven iets ver op en draait het linker portieraam open en roept ‘Radha’. Even is het spannend: ‘Is het inderdaad Radha?’ flitst er door het brein van Tineke. De herinneringen van vorige iets te spontane actie’s borrelen in haar brein. Stel je voor dat ze naar een wild vreemde dame heeft geroepen...

Radha stapt bij Tineke de auto in. Ze is blij, want anders had ze een flink eind moeten lopen, want de stadsdienst staakt. Met dit buiige weer is dat helemaal onprettig. Radha sluit de deur en doet haar gordel om.

Tineke rijdt meteen weg, want je mag hier eigenlijk niet stoppen en ze heeft geen zin in een boete: ‘Hallo Radha; blij je weer te zien,’ zo begroet Tineke Radha.

‘Bedankt; goeie avond; leuk dat ik mag meerijden,’ reageert Radha.

Vlinders voor Fatima

Fatima zit met een boek op de bank. Het is verrukkelijk warm in de huiskamer. Frits is in de keuken en Ivonne dekt de tafel. Ze steekt de kaarsen vast aan, want het eten is bijna klaar. Het boek glijdt uit de handen van Fatima:

“Fatima voelt dat de eerste keer – met een man – nabij is. Ze ziet in hem de ridder op het witte paard. Althans voor het moment, want zij heeft de hele ‘ronde tafel’ nodig. Vele meiden ervaren het veel jonger, maar vaak is het dan een rot ervaring. Ze heeft zich voorbereid; boeken gelezen; video bekeken; cursussen in strelen en masseren gevolgd; haar lenigheid geoeffend. Hij zit losjes tegen haar aan naast haar op de bank. Hij streelt haar bovenbeen. In de gedachten van haar fantasie ziet hij haar buikdansen; Werpt ze ééén-voor-én haar ragfijne sluiers af tot slechts haar ziel overblijft, maar het publiek wil meer! Dan gaat ook die laatste lichtende sluier. De vonk incarneert in een Godin. Voor haar dansen de vlammetjes in de openhaard. Buiten giert de wind langs de muren. Hij heeft klassieke muziek opgezet. Ze geniet van haar naaktheid en laat uitnodigend haar benen wat uit elkaar vallen. Hij in haar realm, ziet in haar Shakti de vrouwelijke oerenergie, die hem boven de lust kan uittillen. Zo verlangt hij als druppel naar de meditatieve oceaan van moksha. Ze heeft veel voor hem geposeerd. Vol van energie en levenslust de lens verleidend. Naakt en in alle standen; alles tonend; alles gevend! Frits maakt spinnetjes met zijn vingers in de richting van de venusheuvel van Fatima. Echter elke keer als hij Abraham’s mosterd nadert keer zijn hand om. Even later hernieuwt hij de zoektocht, die de artsvader hem is voorgegaan. Intussen antwoordt hij met: ‘Als Fatima het leuk vindt?’ Fatima schuift zijn hand naar de begeerlijke opening als ze zegt: ‘Maar natuurlijk! Het lijkt me heerlijk.’ Slechts een moment vertoont zich een verticaal rimpeltje in haar voorhoofd dan trekt de huid weer geheel glad. Ondertussen vlijt ze zich intenser tegen Frits aan. Die hoge engelenstem van haar, versterkt zijn associatie met vrouwelijkheid. Daarbij komen haar tepels, die reageren op zijn streling. Zij heeft grote tepels; super vrouwelijk. Hij laat zijn spinnetje plagerig heen en weer lopen...” Fatima schrikt wakker. De wind rammelt aan de ruiten. De vlammen in de openhaard lichten op. De kaarsen op de salontafel flakkeren. Het doet Fatima herinneren aan de zin uit de yogales: ‘Buiten is het koud, maar binnen is het warm en veilig.’ Het nudisme geeft zo een extra dementie aan het begrip gezelligheid. Ze kruip nog dichter tegen Frits aan. Hij slaat gelijktijdig een arm om haar heen.

‘Kom tortelduifjes we kunnen aan tafel schuiven,’ zegt Ivonne ironisch.

Fatima rekt zich nog eens uit; streelt onwillekeurig haar naakte lijf en gaat aan tafel zitten. De tafel is met zorg gedekt en eten smaakt voortreffelijk. Het geeft Fatima een feestelijk gevoel. De warmte doet haar soms even wegdromen. Al spoedig ontstaat er een levendig tafelgesprek.

Ivonne eet haar mond leeg alvorens ze vraagt: ‘Ben je al verhuist Fatima,’ zo stuurt ze het van onderwerp gesprek.

Fatima kijkt Ivonne half bewust aan; die ogen stralen oprechte belangstelling uit. “Ja hoor, ik heb een appartement boven de winkelstraat in ‘het Vrijheidskwartier’. En op een schilderrijtje na hier-en-daar is alles klaar,” hoort ze zichzelf zeggen. Ze is zich bewust dat ze er niet helemaal bij was.

‘Ja, je hebt zeker mazzel met die baan meid, anders had je nog lang op dat appartement moeten wachten; werknemers gaan nu eenmaal voor,’ merkt nuchter Frits op.

Ivonne fronst haar voorhoofd als ze concludeert: ‘Dus je staat in je nakie achter de bar.’ Ze is zich plotseling heel bewust van de schoonheid van Fatima. Even is daar een flard van jalousie; bij haar hebben de jaren al hun tol geëist. Dan bevecht ze die gelijk Joris de Draak.

Fatima kijkt losjes van de één naar de ander. Ze voelt dat Ivonne met zich zelf worstelt. Ze glimlacht als ze antwoordt met: ‘Heerlijk vrij, en het is er vaak heel gezellig. Een baan van vijftien uur. Ik verdien er genoeg mee om lekker te leven. Dus heb ik lekker veel tijd voor mijn studie,’ vervolgens neemt ze een nieuwe hapje.

Zo gaat de conversatie verder. Buiten raast de hagel weer tegen weer tegen de ruiten. Zelfs de kaarsen op tafel flakkeren. Even wordt er zwijgzaam gegeten. Fatima smult; dan gaat het tafelgesprek weer verder. Het is heerlijk om in het middelpunt van de belangstelling te staan. Ze vertelt de ene anekdote of mop na de andere over haar werk in de club. De verhalen boeien Ivonne. Ze heeft vanavond Fatima meer dan ooit leren kennen en in haar hart gesloten. Ze hoopt dat het zoekende meisje niet gelijk Parsival de Graal verliest...

Pokkenweer en kijkcijfers

Jan de Boer is met een cameraploeg onderweg voor een life-programma. Hij moet nog een kandidate vinden. Het adres komt van de studio. Hij heeft al twee kandidates onverwacht naar de studio gestuurd. Als het raak is, is dit voor vanavond zijn laatste klus. Hij verlangt naar de buis thuis. Er is haast geboden, want door het slechte weer liggen ze flink achter op het schema, dus hoopt hij dat het volgende adres raak zal zijn.

Als de hagel het even toelaat zegt Jan de Boer tegen zijn collega’s: ‘We moeten maar even doordauwen...’ Dan gaan zijn woorden weer ten onder in het geraas van de hagel op het dak van de bus. Hij hoopt op een beetje knap kopje, het liefst met een aardig decolleté. De laatste tijd heeft ook dat niet erg meegezeten. De meeste kandidates zouden de voorronde van een missverkiezing in een boeren gehucht nog niet eens halen. En dan die preutse mode van de laatste tijd; al die variaties op de colltrui; vaak gecombineerd met varianten van de hoofddoek. Helaas zijn de mini- en toplessmode inmiddels antiek. Dat geld overigens ook voor de net- en doorkijktopjes, die eens de avondmode haalden. Wat blijft er voor de echte man nog over op de buis!

Hij ziet zo zijn brood verdwijnen, want daarmee vallen de kijkcijfers. Mede daardoor speelt men spelletjes – waarvan de avatars deze wat oudere uitdagende mode tonen – op het internet. Zo vallen de kijkcijfers nog meer; de vicieuze cirkel. Zijn zoon had laatst weer zo’n spelletje gekopieerd. Het ging over een Bond-achtig type omgeven door lieftalligheden in topless-avonddress, die de held konden helpen of een loer draaien. Je tegenspeler op internet kon dan de boef spelen, welke ook omgeven was door al even lieftallige schonen bijeen voor een missverkiezing. Zo zat er nog meer gespuis in voor evenzovele tegenspelers. Die figuurtjes in zo’n spel zien er trouwens fantastisch uit. Veel scherper als het gewone televisie beeld. Je kunt als ze praten in een close-up, zo’n gezicht niet van echt onderscheiden. Vanzelfsprekend hebben ze de ideale maten; alles is vitaal; geen hangtiet te zien. Bovendien doet het realiteitsgehalte echt niet onder voor een speelfilm. Het zijn de negatieve bijwerkingen van de laatste emancipatie golf, die de kijkcijfers doen kelderen. Niets dan grauwheid komt daar uit voort, zoals de nieuwe veel striktere wetgeving, die zowat alle erotiek verbant naar speciale zones in de grote steden. Aan echte veiligheid – dat was de inzet – heeft het echter niets opgeleverd. De stripquizzen zouden moeten terugkeren. Grote shows met een echte quizmaster meerdere assistentes en een uitgebreid ballet. De spelregels moeten wel goed in elkaar zitten, met veel alles of niets situaties, want anders krijg je die laatste slip of string niet uit. Bovendien werkt het alleen met grote prijzen. Toen was dat echt goed voor de kijkcijfers, maar nu is voor dergelijke grote shows bijna geen budget meer te vinden.

Het is wederom de hagel die Jan de Boer uit zijn mijmeringen haalt. Hij kijkt om zich heen. Het uitzicht is bijna tot nul gedaald. Hij is blij dat hij niet achter het stuur zit. Ze verlaten de snelweg; door de laaghangende bewolking is de lucht oranje van het neonlicht. Dan komen de megamarkten met hun ontsierende neonreclames. Het bericht komt door. Ze moeten in het centrum zijn, dus verlaten ze de rondweg; overal één richting verkeer. Dit heeft geen enkele zin, want er is geen kip op straat! De eerste kerstbomen staan al in de huiskamers. De meeste TV’s tonen hun programma; hoge kijkcijfers. De jonge dame van hun eerste zoektocht betreedt de studio; gelukkig geen coltrui maar een aardig decolleté. Rechts, links het is nu een wirwar van nauwe straatjes. Dan volgen de eersten verlichte etalages. De commercie schittert; de hemel als hiernumaals. Ondanks of dankzij de GPS-hulp lopen ze hopeloos vast op een onlangs gewijzigd verkeersplan. Ze keren terug naar de ringweg om het via een andere sector proberen...