(Vrijheidskwartier vervolg - roman...)

Een mistige morgen

(Vrijheidskwartier vervolg - roman...)

Fatima rekt zich uit. Het is al laat; ze is dwars door de wekker geslapen. Beneden hebben Aisja en Sandra koffie gezet en de ontbijttafel feestelijk gedekt. Eén bord is al vuil; Ali is reeds naar zijn werk vertrokken. Een blik door het achterraam dat naar buiten uitkijkt, laat zien dat het buiten mistig is. De bomen in de tuinen van de huizen aan de overkant zijn vaag grijs. Verder dwarrelt er nog wat motsneeuw. De daken zijn met een dikke sneeuwlaag bedekt. Dichtbij beneden is de straat reeds geveegd. Dat het vegen nog niet zo lang geleden is, toont het dunne doorschijnende witte laagje. De bezem staat nog tegen de muur. In de verte klinken de geluiden van de stad. Sirenes geven de verplaatsing van een politie- en een ziekenauto aan. Dichterbij klinkt de oproep voor het gebed uit de luidsprekers van een minaret. Een zware vrachtauto dreunt door de Hoofdstraat. Er komt een vliegtuig over.

‘Goeiemorgen Fatima,’ zegt Sandra met een opgeruimde melodie in haar stem.

‘Goedemorgen zusje,’ zegt Aisja er gelijk achteraan, ze gaat verder met: ‘Goed geslapen?’

‘De morgen is best aardig, maar de nacht was een beetje kort.’ antwoordt Fatima met een kwinkslag. Ze kan soms gek uit de hoek komen. Dan gaat ze verder met de vraag: ‘Zullen we een witte kerst krijgen?’ ze rekt zich nog eens uit en schuift een gordijn dat tegen de muur hangt opzij. Er achter ligt een spiegelwand voorzien van een dubbele balletbar. Ze plaats haar rechtervoet op de hoogste bar. Vervolgens brengt ze met haar rechterhand haar bovenbeen in trilling.

‘Vast niet, als het Kerst is heeft koning winter geen handje sneeuw meer over!’ antwoordt Sandra met een kwinkslag; ondertussen gaat ze naast Sita aan de bar staan.

‘Laat het maar stevig winter worden, dan worden die rellen vanzelf gesmoord,’ zegt Fatima. Ondertussen plaatst ze haar andere voet op de hoogste bar.

Sandra volgt Fatima: ‘Deze prima ballerina kan hier nog wat leren.’

‘Je plaatst de pols op je bovenbeen en dan slinger je de vingers snel heen en weer. Zo breng je de trilling over op je bovenbeen. Het werkt allen als je in je blootje bent; kleding remt de trilling te veel,’ geeft Fatima aan.

‘Handig zo'n bar in huis. Je woont hier echt fantastisch Fatima. Je maakt me een beetje jaloers!’ babbelt Sandra ondertussen verder. Ze heeft vooral behoefte aan conversatie.

Zo komen de jeugd herinneringen weer boven. Het is vooral Sandra die de ene na de andere anekdote naar boven haalt. Aisja luistert en legt ondertussen de laatste hand aan de ontbeid tafel.

Zo langzamerhand komt ook de overdekte winkelstraat komt tot leven; kinderstemmen klinken. Nieuwsgierig blijft Aisja zo nu en dan even voor het grote voorraam stil staan en werpt dan een blik naar beneden. In het zand-, waterbad beneden ontstaat op het ministrand het eerste zandkasteel. Als laatste handeling steekt Aisja de kaarsen op tafel aan. Het sombere weer buiten vraagt om gezelligheid.

Zo start de ontbijttafel in steil. De conversatie gaat vooral over het bezoek aan ‘Club Oase’ van gisteravond. Sandra heeft zich daar niet onveilig gevoeld. Dan moet ook Fatima haar avonturen op het dak vertellen. Ze doet het af, als niet zo belangrijk, maar daar nemen de andere dames geen genoegen mee, dus komen de verhalen. De brandende pijlen op het dak en de race met een poederblusser in de hand. Met korte stoten blussen om poeder te sparen.

Dan verteld Sandra hoe ze Fatima op TV zag. En de zoektocht; hoe ze eerst van het kasje naar de muur werd gestuurd: ‘Maar uiteindelijk kreeg ik het telefoonnummer van Frits en via Frits jouw nummer Fatima. Wat was ik blij jouw stem te horen!’ zegt Sandra.

‘Sandra, hadden jouw ouders dan geen probleem met jouw wens ballerina te worden?’ vraagt Aisja.

‘In het begin zeker; volgens mijn vader was daar geen droog brood mee te verdienen. Mijn moeder vond het in tegenspraak met het geloof. De dominee echter had gelukkig een wat vrijzinniger kijk. Uiteindelijk was het compromis, dat ik eerst belijdenis moest doen, voordat ik naar de balletacademie mocht. Een meisje alleen op kamers in de grote stad; weet-je-wel. Het verderf ligt op de loer!’ vertelt Sandra.

‘Aisja, hoe heb je Ali weer ontmoet?’ vraagt Sandra.

‘Ali was mijn buurjongen. Wij zijn toen verhuist maar het contact is gebleven. Nu woont hij in de wijk hierachter,’ wijst Aisja in de juiste richting, ofwel het naar besneeuwde achterraam.

‘Dus, je jeugd vriendje?’ zo vraagt Sandra naar meer duidelijkheid.

‘Een heimelijk vriendje,’ antwoordt Aisja: ‘Boven een bepaalde leeftijd wordt openlijk met jongens omgaan bij ons niet zo gewaardeerd. Maar ik denk dat we wel aardig bij elkaar passen.’

‘Ben je verliefd?’ vraagt Sandra met enige terughoudendheid in haar stem.

Even aarzelt Aisja: ‘Hij is zeker verliefd op mij,’ zo keert ze de vraag om: ‘Ik vindt hem zeker leuk. Ik ben bezorgt om hem. Zo vond ik het niet leuk dat hij vandaag naar zijn werk ging. Met al die rellen; je weet maar nooit! Maar verliefd; de vlinders kunnen mijn voeten niet van de vloer tillen.’

‘Zusje, je bent gewoon te over je oren verliefd. Je probeert jezelf met zogenaamd nuchter denken te ontkennen en dat werkt niet. Neem dat nou maar van mij aan,’ zegt Fatima met emotie in haar hoge stem.

‘Goed ik ben verliefd zusje; nou en...’ geeft Aisja schoorvoetend toe. Voren van ernst ontsieren haar voorhoofd.

Het is even heel stil. In de verte klinken knallen en sirenes. Zijn er nog opstootjes? De rellen van vannacht zijn nog niet in het ochtendblad terug te vinden. Fatima zet op verzoek van de anderen de ontbijt-tv aan. De eerste beelden van de rellen zijn verontrustend. Her-en- der zijn winkelruiten gesneuveld. Sommige panden zijn zelfs geheel afgebrand. Politiebusjes liggen te smeulen in barricades. Het is een triest gezicht. Het openbaar vervoer ligt nog steeds plat. Demonstranten kamperen op de spoorbaan. Ze gebruiken de gestrande treinen als bivak. Een kamerlid heeft het over het uitroepen van de noodtoestand. Het leger moet worden ingezet. Journalisten proberen ministers onverstandige uitspraken te ontlokken.

‘Wat een chaos! roept Sandra uit: ’Ik zou vandaag lekker gaan winkelen.’

‘De journalisten zijn weer aardig bezig hun eigen nieuws te maken. Helaas Sandra, die boodschappen kun je wel vergeten,’ reageert Fatima opmerkelijk nuchter, maar het verticale voortje in haar voorhoofd geeft een andere indruk.

“Maar Sandra, er zijn hier in ‘het Vrijheidskwartier’ toch ook nog winkels,“ zegt Aisja.

‘Ja die zijn er, maar het assortiment is beperkt,’ geeft Fatima aan: ‘Er is een supermarkt, een boekhandel, een cadeauwinkel, een speelgoedwinkel ... en...’ zo somt ze een hele reeks winkels op.

De variatie aan winkels in ‘het Vrijheidskwartier’ blijkt mee te vallen. Ze zullen dus niets te kort komen. Het wordt dus winkelen in je blootje; voor Sandra een nieuwe ervaring. Zo veel winkels op een naturistenterrein heeft ze nog niet meegemaakt. Inmiddels is het ontbeid genuttigd. Buiten schemert nog het steeds. Er vallen weer grote sneeuwvlokken. Als het zo blijft sneeuwen wordt het vandaag niet echt licht. Binnen in de overdekte winkelstraat komt de feestverlichting juist meer tot zijn recht. Het duurt niet lang meer dan zullen alle winkels open zijn. Er worden dus plannen gemaakt het centrum van ‘het Vrijheidskwartier’ verder te gaan verkennen. Dan kunnen ze gelijktijdig boodschappen doen. Dan gaat geheel onverwacht de buitenbel...

‘Ali wat doe jij hier?’ vraagt Aisja verbaasd.

‘Het is daar echt een puinhoop!’ antwoordt Ali opgewonden: ‘Ik heb geen zin om opgepakt te worden. Echt er is geen doorkomen aan.’

‘Heb jij je werk al gebeld,’ vraagt Aisja bezorgd.

‘Ja, mobiel, ze zijn nu dicht,’ geeft Ali aan: ‘Wat ben ik blij dat ik hier terug ben,’ gaat hij zuchtend verder: ‘Ze hebben het leger ingezet. Overal wordt je beschoten met traangas.’

Fatima zet koffie, want er is behoefte aan bijpraten. Ondertussen knapt Ali zich wat op. Eenmaal schoon kruipt Ali op de bank tegen Aisja aan; spelende en strelende vingers en zoentjes over en weer.

Aisja is gelukkig, de onbenoembare angst, die snijdt als mes is verdwenen als sneeuw voor de zon. Er komt een heerlijke rust over haar heen. Het is zo'n moment om te behouden. Sandra slaat met genoegen de tortelduifjes gade. Een dag geleden hadden ze nog deel aan de preutse textiel maatschappij. Nu is het alsof ze geboren nudisten zijn.

De koffie met slagroom smaakt voortreffelijk. Fatima heeft gebak uit de koelkast gehaald. Sandra smikkelt aan haar gebakje. ‘Daar gaat je ballet figuur,’ zo pest Ali haar. Ali krijgt zijn streken terug, hij is schroom voor het naaktzijn geheel verloren.

Een vreemde ontmoeting

Inspector van Duin zit achter de krant in een oude bruine kroeg. Hij heeft bewust voor deze kroeg in een kleine vlekke vlak bij de stad gekozen. Hier zijn de rellen nog niet doorgedrongen. Over een paar jaar dan is ook dit gehucht - een paar huizen en een kroeg - opgeslokt door de almaar oprukkende stad. De naam ‘Zuidbrug’ zal hoogstens in een stadswijk voorleven. Noordbrug moest vorige eeuw al dat zelfde lot ondergaan. Er bleef slechts een straatnaam over. Hij wacht op zijn contact in het nudistisch centrum. Hoewel hij zeker niet verwacht had, dat ze op tijd zo komen, duurt het nu wel erg lang. Hij zit inmiddels al aan zijn zesde kop koffie. Hij mijmert over de vooruitgang en de daaraan gekoppelde teloorgang. Zo is ook zijn eigen geboortedorp opgeslokt door de zogenaamde vooruitgang. Inmiddels staan er kantoortorens. Verpauperde wijken, Zwarte scholen, moslimterrorisme en witte getto's het land gaat naar de bliksem. Dan is er tot overmaat van de ramp nog de politiek die de staatskas aan subsidies verkwanselt!

Marianne stuift het kleine cafeetje binnen: ‘Sorry dat ik zo laat ben Rob, maar er was echt geen doorkomen aan. De hele stad is in rep en roer! Zonder die perskaart had ik het wel kunnen vergeten.’

‘Ik had eindelijk weer eens tijd om de krant eens uitgebreid door te nemen,’ zegt hij - terwijl hij de printdummy sluit - om haar gerust te stellen. ‘Neem eerst rustig een bak koffie om op te warmen. Je kunt ook een kom snert nemen. Ze hebben hier snert uit grootmoederstijd.’

Passend bij het winterlandschap wordt het snert. Omdat inmiddels ook zijn maag rommelt, wordt het zelfs twee maal boeren snert door moeke zelf geserveerd. Verder is de kroeg nog leeg, want het ijs is nog iets te dun. De soep wordt genuttigd. Ondertussen worden de bekende koetjes en kalfjes uitgewisseld. Dan wordt de conversatie langzaam zakelijker.

‘Marianne , ik mis de gegevens waar we echt wat aan hebben. Die gegevens, die de politiek aanzetten tot ingrijpen,’ zegt hij.

‘Ik heb dergelijke gegevens nooit verwacht Rob. Dat heb al eerder zowel schriftelijk als mondeling aangegeven. Het is een open beweging, die niets heeft te verbergen en dat in de praktijk ook niet doet!’ Zij reageert behoedzaam: ‘Dat de pers met indianen verhalen komt kan ik niet ontkennen, het is hier echt aan de politiek om daar niet in te trappen. Rechts radicale nudisten - als beweging - bestaan er echt niet. De bewoners vormen een gewone doorsnee van de maatschappij. Hoogstens zijn de fundamentalistische gelovigen ondervertegenwoordigd.’

‘Maar mijn baas zet me onder druk! Is er toch niet wat te vinden? En die rellen dan, toont dat niets aan,’ zo hij zeurt bijna als een klein kind in de hoop iets los te krijgen.

‘Zodra je een beetje meehelpt als vrijwilliger ben je gelijk welkom. Je zit zo vol met allerlei vrijwilligersbaantjes en je hebt overal inzicht in van de school- tot de bouwcommissie.’

‘En de school?’ vraagt hij: ’Wat is je persoonlijke ervaring!’

‘Als moeder; mijn kinderen vinden het een leuke school,’ antwoord Marianne.

‘Een puur witte school!’ zo verstopt hij een vraag in een bewering. Hij gaat uit van een bevestiging, maar bij vrouwen kun je dat nooit weten.

“Zo begon het, maar dat verandert snel. Nu is het al een aardig gemengd beeld. De bewering dat ‘het Vrijheidskwartier’ een soort getto is, is nog zo'n sprookje! Ik ben op eigen initiatief al vast een onderzoek naar de beleving in de omgeving begonnen. Het zijn nog maar de eerste resultaten, maar het is opvallend hoeveel mensen banden hebben met dat centrum,” geeft zij aan.

‘Dit is een politiek antwoord, trut:’ denkt Rob, dan zegt hij: ‘Dat zal na deze rellen snel veranderen!’

Ze zijn het niet eens en Marianne beseft dat elke poging tot meer begrip gedoemd is te mislukken. Het is te hopen dat ze op een hoger niveau een genuanceerdere kijk hebben. Marianne krijgt al meer weerzin tegen deze merkwaardige baan. Gelukkig gaat haar dekmantel als freelance journalist steeds meer op een echte baan gaat lijken. Straks heeft ze ‘de Dienst’ niet echt meer nodig.

Rob kan met Marianne geen donder beginnen. Ze heeft voor ‘de Dienst’ geen waarde meer. Gelukkig heeft de politiek voor nieuwe bevoegdheden gezorgd. Een leuke moord kan het vertrouwen in dat nudistisch centrum misschien wel op hun grondvesten doen schudden...