Gastvrijheid

(Vrijheidskwartier vervolg - roman...)

Tineke is bij Fatima op bezoek. De cursus is voor vandaag ten einde. Morgenochtend moet ze weer paraat zijn. Ze staat naast Fatima in de achter kant van de huiskamer. Het schemert. De eerste lichten in ‘Klein-Mekka’ branden reeds. Er hangen zware buien in de lucht, maar het sneeuwt even niet. De toppen van de bomen aan de overkant hangen in de oranje gloed van de zon die aan hun rugzijde onder gaat. Sommige wolken zijn getooid met oranje randen. Tineke heeft nog nooit zo naar een stad gekeken. De minaretten van de moskee gaan langzaam over naar een donker silhouet. Er gaan meer lichten aan. Ondertussen wijst Fatima de diverse gebouwen aan. Nabij de einder zijn dat de kantoortorens met hun opvallende neon of video reclame. Dichterbij ligt de wijk ‘Klein-Mekka’ met zijn moskeeën en madrassa's. Meer zijwaarts uit het raam liggen een paar monumentale kerken, waarvan sommigen tot het middeleeuws erfgoed behoren.

Fatima is een goede gids als het over Klein-Mekka gaat. Het is een wijk met landelijke bekendheid. Tineke heeft die naam zo vaak in het nieuws gehoord, dat hij in haar geheugen staat gegrift. Nu is echter duidelijk dat de voorstelling in haar hoofd niet klopt. Ze luistert aandachtig naar de verhalen van Fatima.

‘Eigenlijk is Klein-Mekka best een veilige wijk,’ beweert Fatima. ‘Je moet alleen weten hoe je j' moet gedragen.’

‘En al die verhalen in de media dan?’ vraagt Tineke.

‘Over het algemeen zwaar opgeklopt; de media lijden aan een moslimfobie!’ antwoord Fatima resoluut. ‘Het is vanavond koopavond we kunnen er we een kijkje nemen.’

Ondertussen komen er ook geluiden uit de keuken. Sandra legt de laatste hand aan de maaltijd. Ze komt de kamer binnen om tafel te dekken.

‘Jullie, je eten toch wel mee hè?’ vraagt Fatima.

Tineke schrikt; maar dan komt iets op over gastvrijheid: ‘Goed, maar wat eten we?’.

Aan de andere kant van de kamer knikt Anna instemmend.

‘De pot schaft couscous vanavond. Ik heb dat Sandra leren maken en nu maak ze betere couscous dan mijn moeder,’ antwoord Fatima.

Inmiddels krijgt de tafel een feestelijk uiterlijk! Op de kaarsen in de kandelaars dansen reeds vlammetjes.

Dan gaat het muziekje van de bel. Even later komt een dame boven. Ze schijnt de weg te weten. Fatima stelt haar voor aan Tineke en Anna. Mieke is onderwijzeres op de naturistische basisschool.

Tineke kijkt Mieke aan; haar vlotte babbel bevalt Tineke wel. Al spoedig zijn ze zo intens in gesprek dat ze niet eens door hebben, dat de andere bel gaat. Plotseling staat een geestelijke in vol ornaat in de huiskamer. Fatima stelt hem voor als imam Hassan. Hij heeft een vriendelijke stem met een duidelijk Urbaans accent. Sandra dekt gelijk een bord bij; ze weet hoe belangrijk gastvrijheid voor Fatima is. Tineke vraagt zich af of er nog meer gasten komen. De uitgeschoven eettafel is nog niet geheel vol gepland. Deze laatste gast was zeker geen onderdeel van de verwachting. Uit nieuwsgierigheid telt ze de borden. Er is én bord te veel gedekt.

Fatima is blij met zo'n groot gezelschap. Ze houdt van een gezellige maaltijd. Dat Hassan gekomen is doet haar zeker goed. Hij verbindt oud en nieuw. Toen ze nog kind was, was hij een jonge imam. Hij kwam vaak langs, want hij had een bijzondere band met haar vader. Later zijn ze uit elkaar gegroeid. Haar vader kon Hassan niet meer volgen; hij werd eenvoudig te liberaal. Nu heeft die liberale stroming haar eigen moskee. Volgens haar vader is het een ziekte van dit land; kerkscheuringen. Vroeger de kerken; nu zijn de moskeeën aan de beurt. Gelukkig hebben haar vader en Hassan zich nu weer met elkaar vezoend.

Rabi'a al-'Adawiyya

Fatima ziet hoe de gasten aan tafel gaan. Sandra regelt het allemaal keurig. Het voelt goed dat ze alle aandacht aan haar gasten kan besteden. Zo als nu met grote licht uit is, is het nog gezelliger. De vlammetjes dansen op de kaarsen. Als vanzelfsprekend zit Fatima aan het hoofd van de tafel. Hassan is nu naakt zoals de anderen en zit aan haar rechterzijde. Zo zonder zijn functie is hij veel menselijker. Daarnaast zit Tineke. Aan haar linkerzijde zit Sandra met Anna naast haar dan volgt Mieke.

‘Dan vraag ik nu even stilte voor wie wil bidden,’ zo opent Fatima de tafel. Er wordt gelukkig gebruik van gemaakt, want Fatima voelt zich niet erg prettig bij verkeerde inschattingen.

‘Goed dan kunnen we beginnen,’ zo neemt Fatima even later weer het woord. ‘Schep op en smakelijk luitjes, want anders wordt het koud.’

‘Eet smakelijk,’ zegt Tineke heel duidelijk.

Sommige anderen mompelen wat. Fatima ziet hoe Tineke heel bewust proeft en dan goedkeurend knikt. Al spoedig eet iedereen met gretigheid. Er volgt een innemend tafelgesprek dat begint - zoals te verwachten was - met de kookkunst van Sandra. Bescheiden schuift ze de lofprijzing door naar Fatima, die krediet weer geeft aan haar moeder. Hassan brengt het onderwerp weer terug naar de veelzijdigheid van Fatima. Fatima bloost; ze heeft moeite met zoveel complimenten.

Hassan plaagt haar met die bescheidenheid door te vragen: ‘Fatima, Hoe zit het met de verhalen over Rabi'a al-'Adawiyya. Kan ik dat boek weer terug krijgen?’

‘Ja, natuurlijk je kunt het vanavond meenemen.’ antwoord Fatima.

‘Dat boek heb ik nog geen week geleden uitgeleend. Zelf heb ik er twee maanden mee geworsteld om er maar iets van te begrijpen. Deze dame leest klassiek Arabisch of ze het in de baarmoeder geleerd heeft. Ze is gewoon veel te bescheiden!’

“Mijn moedertaal is overigens ‘gewoon Urbaans’; Hassan,” zegt Fatima geheel zonder Urbaans accent om haar gewone afkomt te benadrukken. “Hassan plaagt mij al een tijdje, omdat hij vindt dat ik ‘imama’ moet worden. Voorlopig hou ik het gewoon bij fysiotherapie!” zegt Fatima met vuur in haar stem dat haar voorhoofd bevestigd.

‘Het vak moet opengebroken worden in de richting van vrouwen. De Islam heeft behoefte aan een goede feministische theologie,’ beweert Hassan in zijn niet te miskennen Urbaanse accent.

“Hassan, ik heb geen zin in een ‘fatwa’ aan mijn blote kont!” zo tracht Fatima deze discussie te sussen!

Zonder het te beseffen help Anna haar met de vraag: ‘Wat is Rabi'a al- enzovoort?’

Ook de djinns komen haar te hulp, want de hagel klettert onverwacht, even tegen de ruiten. De kaarsen vlakkeren heftig, de schoorsteen loeit en de vlammetjes dansen met vuur in de kachel. Als het geraas ophoudt antwoord Fatima: ‘Volgens de legenden is Rabi'a al 'Adawiyya een soefi mystica uit de achtste eeuw. Zij leefde in Basra dat tegenwoordig de hoofdstad van Zuid-Irak is.’

Zo verschuift het onderwerp van Fatima als persoon naar de Islam in het algemeen en de tegenstelling tussen het Vrijheidskwartier en Klein-Mekka. Het wordt een discussie die de kool en de geit niet spaart. Zo-nu-en-dan neemt de hagel tegen de ruiten echter het woord daarmee te laten weten dat ons tafelforum slechts een beperkt inzicht heeft in de werkelijkheid. Even denkt Fatima dat djinns echt bestaan - een geloofsaspect uit haar vroege jeugd - maar bijna even snel verwerpt ze die gedachte weer.

Mieke komt er tussen met: “Een goed voorbeeld hoe diep de kloof is als het gaat om de scheiding tussen kerk en staat. Ik werkte toen in groep vijf van de basisschool. Het was nog voor de school islamitisch werd. We hadden het over verkiezingen en ik had net uitgelegd hoe wij de minister-president kiezen. Toen kwam een leerling met de volgende opmerking: ‘Juf hoe kan dat nou? Allah is toch de baas van de wereld?’ Dat zegt heel veel over de kijk van de ouders; overigens vijfde generatie medelanders. Zij zijn niet de enige die zo denken.”

Hassan komt er tussen met: ‘Zeker er zijn er die de overtuiging huldigen, dat je door deel te nemen aan verkiezingen je plaatsje in de hemel verspeeld. Maar er zijn ook ouders die hun kinderen op de naturistische school plaatsen om ze aan het glazen plafond van het Urbaans te laten ontsnappen.’

‘Mieke, hoe was dat toen jouw Christelijke school door die wetswijziging plotseling Islamitisch werd?’

‘Dat de meerderheid van de ouders de signatuur bepaald is natuurlijk de enige goede oplossing. Maar mij persoonlijk, werd het een drama. Er ontstond al gauw een keurslijf, waarin ik niet meer kon functioneren,’ zegt Mieke.

Mieke voelt zich nu op de naturistische school helemaal op haar gemak. In de korte tijd dat Fatima nu in het vrijheidskwartier woont zijn Fatima en Mieke hechte vriendinnen geworden. Ergens voelen ze elkaar heel goed aan. Het is meer een gevoel dan Fatima dit verstandelijk kan beredeneren. Ondertussen is het onderwerp verschoven via persoonlijke veiligheid naar de orgasme cursus. Fatima vindt het mede begeleiden van deze cursus een hele ervaring. Ze is benieuwd hoe het morgen zal gaan.

‘Ik heb nu helemaal geen moeite meer met oefeningen - zoals de Boogschutter - waarbij de benen wijd gaan. Het is wonderlijk hoe snel dat is veranderd,’ brengt Mieke in naar aanleiding van een opmerking van Tieneke.

Fatima beseft hoe hard dat bij haar is gegaan. Een jaar geleden zou ze zich niet kunnen voorstellen, dat ze ooit in het Vrijheidkwartier zou komen; laat staan er wonen. Toch woont ze hier nu naar alle tevredenheid.

Het thema ‘drempels’ wordt ondertussen een echte boom. Iedereen brengt het zijne in. Soms is Fatima er niet helemaal bij. Er is de laatste tijd zoveel gebeurd; dat in flarden wordt opgeroepen.

De maaltijd is reeds lang genuttigd. Ons gezelschap blijft nog geruime tijd natafelen. Het doet Fatima goed dat haar gasten tevreden zijn. Het idee om te gaan winkelen in Klein-Mekka blijft liggen. ‘Want de tijd heeft zelden vrij,’ zoals een Urbaans spreekwoord aangeeft...

Lijk in de diepvries

Inspecteur Nieuwland heeft de pest in. Weer een lijk op eerste kerstdag. Vorig jaar viel de gezamenlijke kerst voor zijn familie ook al in duigen. Waarom kunnen die lijken niet even wachten op de gewone kantoortijden; gewoon even wachten met doodgaan. Die van de vorige kerst bleek na veel onderzoek een gewone zelfmoord. Dit lijkt anders; zoveel kogels pomp je met de beste wil niet in je eigen lijf. Bovendien is er geen spoor van het moordwapen. De sneeuw is rood van het bloed.

Het is al even geleden, want alles is al afgedekt met een doorschijnend laagje verse sneeuw, dat het bloed opzuigt en hier-en-daar weer door de wind is verstoven. Het probleem is dat het gebruik van vuurwapens in deze tijd niet opvalt, omdat de jeugd nu regelmatig met vuurwerk speelt.

Zijn collega arriveren. Er komt een hond bij de verweerde sporen in de sneeuw. Omdat de vroege kerkgangers daar reeds zijn gepasseerd, raakt die hond na de vierde bocht het spoor bijster. De sporen zijn vertrapt en er komen te veel geuren bij elkaar. Of zijn de daders in ‘lijn 9’ gestapt?

De plek wordt ondertussen afgezet met linten. Er worden foto's gemaakt en video-opnamen gemaakt. Vervolgens wordt naar kogels en andere sporen gezocht. De geüniformeerde collega's houden het aangestroomde publiek eerst op een afstand door roodwitte linten te spannen. Gelukkig is er inmiddels een wagen met afzettingshekken gearriveerd, zodat ze de afzetting nu professioneel kunnen aanpakken. De eerste bloemen dreigen in de sneeuw te belanden. Weldra zal ook hier weer zo'n een bloemenmonument verrijzen! Hij geeft opdracht om de bloemen verder weg te leggen. Er klinkt protest, maar inspecteur Nieuwland is onvermurwbaar.

Is het een afrekening? Het is een dame; ze is waarschijnlijk zwanger. Zo aan haar kleding te zien, kon het wel eens eerwraak zijn. Inspecteur Nieuwland kijkt in haar tas en jaszakken. Voorlopig zijn geen aanwijzingen betreffende de identiteit van de jonge dame. Haar tas is leeggehaald; één bankbiljet ligt in de sneeuw; het is quasi verloren. Moest het op een roofmoord lijken? Hij luistert naar de opmerkingen van het publiek...

‘Al weer een moord.’

‘Zo'n arm meisje.’

‘De politie moet eens op tijd komen. Ze komen altijd achteraf als het te laat is. Als je ze nodig hebt dan zijn ze er niet!’

Het is een brei van informatie die vooral aangeeft, dat de omstanders de buurt als onveilig ervaren.

‘Het publiek kan niet begrijpen dat mijn baas de politiek niet in zijn achterzak heeft,’ denkt inspecteur Nieuwland. Hij geeft een paar collega's de opdracht om sommige omstanders alvast te verhoren. Inmiddels is ook de reality-tv gearriveerd. ’Waar die lui weer zo snel vandaan komen?’ Hij heeft een pest gekregen aan deze vorm van nieuwe benadering. ‘Bij hen regeert niet de waarheid maar de kijkcijfers’. Hij geeft onmiddellijk opdracht voor het verder verruimen van de afzetting. Je kunt die tv-lui beter wat op afstand houden. Bovendien laat hij een voorlichter bestellen.

Ondertussen staat hij nog steeds voor een moeilijke beslissing: ‘Moet ik het buurtonderzoek op zo'n dag als eerste kerstdag op starten,’ die gedachte laat hem niet los. Hij overweegt zijn baas te bellen, maar die zal wel in de kerk zitten. Natuurlijk kan hij eerst de moslim gezinnen benaderen. Er zijn er nogal wat in deze buurt, want het is een echte multiculti wijk. Deze huishoudens zijn meestal goed te herkennen, doordat er geen kerstboom huis staat. Maar er kan een enkele orthodoxe christen tussen zitten. Bovendien ziet hij de aantijgingen van discriminatie al in de koppen van de kranten. Zo vult zijn hoofd met voor- en tegenwerpingen. Ondertussen begint weer te sneeuwen. Hij laat meteen een tent over het slachtoffer plaatsen. Eerst vallen er een paar grote vlokken. Spoedig valt er een gordijn van sneeuwvlokken. Het duurt niet lang meer, dan zullen de laatste sporen zijn uitgewist.

De klokken van de kerk in de buurt beginnen te luiden. Het kerkvolk komt langs. Sommige mensen blijven even staan, om aan de andere omstanders te vragen wat er is gebeurd. Vaak lopen ze dan weer door. Ondertussen groeit de bloemenzee. Het geroezemoes van de omstanders vertelt inspecteur Nieuwland, dat ze inmiddels live op de ‘Stads-TV’ worden uitgezonden. Ze hebben het over het onschuldig slachtoffer van een mislukte criminele afrekening; de onderwereld regeert de stad. Hoe komen die lui aan die onzin? Het zijn de media die dit land besturen. Waar blijft die voorlichter nou? Hij had er allang kunnen zijn.

Uit de interviews met omstanders komt een naam naar voren. Meerdere omstanders menen een zekere ‘Dunya’ te herkennen. Iemand noemt er de achternaam ‘Lazrak’ bij. ‘Is dit een eerste aanknopingspunt?’ Inspecteur Nieuwland is voorzichtig met dergelijke zachte aanwijzingen. Jarenlange ervaring heeft hem geleerd hoe zo'n eerste conclusie het onderzoek een geheel verkeerde kant uit kan sturen. Ondertussen probeert hij zijn tenen te bewegen. De kou dreigt tot in zijn lichaam door te dringen. Hij vloekt binnensmonds. Je kunt met dit hondenweer ook geen fatsoenlijk onderzoek doen!