Worsteling met de roddelpers

(Vrijheidskwartier vervolg - roman...)

Sandra zit in lunchroom ‘de Koffieboon’. Het is op ‘Club Oase’ na, de eerste horeca gelegenheid in ‘het Vrijheidskwartier’, die een rechtstreekse verbinding heeft naar de textielwereld.

Ze gaat aan een tweepersoonstafeltje bij het grote raam zitten. Aan de andere van de ruit ligt het zand-, waterspeelbad. In haar blikveld, schuin door de ruit ligt het beachvolleybal. Er wordt alweer fanatiek gespeeld.

Ze wacht op een journalist van het roddelblad ‘Tirade’. Bewust heeft ze er voor gekozen geheel naakt te zijn. Ze wil niet, dat haar vrijheid afhangt van het oordeel van de roddelpers. Haar ervaring met journalisten is niet altijd even positief geweest, dus is ze op haar hoede. Toch hoort een zekere relatie met de pers bij haar beroep. Zonder de pers krijgt een artiest de zaal niet gevuld.

Sandra kijkt op haar horloge. De journalist is al tien minuten te laat. Ze nipt aan haar koffie en kijkt rond. De inrichting van de lunchroom is zeker stijlvol. Het is nog niet druk. De meeste gasten zijn naakt. Aan de bar zit en gekleed echtpaar. Aan den tafel naast haar - aan de andere kant van de glazen der bij het raam - zit een geklede familie met drie kinderen. Eén jongen en twee meisjes. Ze zijn zojuist via de textieldeur naar binnen gekomen. Sandra ze kijkt nogmaals op haar horloge en pakt een roman uit haar schoudertas. Ze tracht te lezen, maar door de spanning van het wachten kan ze zich maar slecht concentreren. Natuurlijk ligt het ook aan het verhaal. Een goed verhaal moet je na een paar bladzijden pakken. Een naakte serveerster brengt een vol blad naar de tafel naast Sandra. Sandra gluurt over haar boek. De kinderen aan de tafel naast haar worden eerst bediend. Ze krijgen een sorbet versiert met een papieren parasolletje. De ouders krijgen koffie met gebak.

Sandra spreekt de serveerster aan en bestelt alvast een broodje gezond. Dan pakt ze haar boek weer op. Ze richt al haar aandacht op de tekst. Het geroezemoes van de andere gasten blijft echter. Een andere afleiding komt uit de diepte van haar brein. Dan vraagt de serveerster haar aandacht. Het bordje met het broodje is met aandacht versierd? Ze kijkt weer op haar horloge en begint aan het broodje. Ze kijkt weer rond. De twee meisjes van de tafel naast haar komen naakt uit de kleedgelegenheid en huppelen in de richting van het speelbad. Door de ruit ziet ze dat de jongen al bij het beachvolleybal staat.

Dan gaat de textieldeur weer open. ‘Komt hij eindelijk?’ vraagt Sandra zich af. Haar geduld wordt nog steeds op de proef gesteld. Het is een moeder met kinderen; twee jongetjes en een tienermeisje. De tiener klaagt over de warmte en loopt gelijk door naar de kleedkamer om even later naakt weer te verschijnen. Vervolgens komt er een man door de textieldeur. Hij is in driedelig krijtstreep inclusief een diplomatenkoffertje. ‘Dat moet hem zijn,’ denkt Sandra. Ze hoopt dat hij haar herkent, maar hij gaat aan de bar zitten en bestelt een kop koffie en praat met de serveerster. Sandra staat op het punt om de serveerster te benaderen om te bemiddelen, dan komt hij op haar tafeltje af.

“Ik ben Koos Boonstra van ‘Tirade’; aangenaam,” zo stelt hij zichzelf voor.

‘Ik ben Sandra. Laat dat formele maar weg. Ik heb een hekel aan al dat gedoe,’ zegt Sandra en ze denkt: ‘Je bent verdraaid laat!’ maar dat spreekt ze niet uit.

‘U heeft een aardige locatie uitgezocht,’ zo tast hij de sociale verhoudingen af.

‘Laat dat U maar weg,’ herhaalt Sandra voor de duidelijkheid. ‘Ja dat zand-, waterspeelbad is een leuk idee.’ Ze neemt hem ondertussen beter in zich op. Zijn overhemd is niet wit maar lichtblauw; de das te opvallend bijna ordinair. De diamanten dasspeld gaat echt te ver.

Hij pakt een recordertje uit zijn koffertje. ‘Sandra, heb je hier bezwaar tegen.’

‘Nee; kon je het wat vinden?’ vraagt zij zo neutraal mogelijk.

‘Ja met enige moeite. Er zijn de laatste tijd nogal wat gevels verbouwd. Bovendien hebben de rellen wat schade achter gelaten in de vorm van dichtgetimmerde etalages,’ antwoordt hij.

Zo tasten ze elkaar af met koetjes en kalfjes. Ondertussen nipt Sandra aan de zoveelste bak koffie en blijft ze hem gadeslaan. Het is duidelijk dat hij nu de zwakste partij is. Ze tracht verder in dat masker voor haar door te dringen. Ze stelt vragen over zijn kinderen...

Ongewenst bezoek

Zojuist heeft Fatima thee gezet voor zichzelf. Van al dat strijkwerk voelt ze haar benen. Gelukkig ligt dat linnengoed weer in de kast. Alleen in de hal staat nog een doos met het linnengoed, dat ze van Marianne heeft geleend. De kerst is voorbij en behalve Sandra zijn de slapers weer hun eigen weg gegaan. Ze moet nog wat wennen aan de stilte; vooral omdat op het moment ook Sandra er niet is. Sandra heeft haar ontmoeting met een roddeljournalist; het kon niet uitblijven. Dus is het stil in huis. Niet fysiek stil, want van buiten klink het geknal en gegil van vuurwerk in de aanloop naar de jaarwisseling. De jeugd trekt zich van het verbod niks aan; het knalwerk is te verleidelijk. Er zullen dit jaar wel weer heel wat HALT-straffen worden uitgedeeld. Als tegenhanger klinken er van de binnenstraat vrolijke kinderstemmen. Zo'n waterzandbak is echt ideaal voor de kleintjes. Nu ze geen anderen kan verwennen, verwent ze zichzelf maar met een kop thee met wat erbij, want er is nog gebak over. Dat kan niet altijd, want dan wordt het lijnen, maar zo nu en dan moet het kunnen.

Fatima zet juist het vorkje in haar gebakje, dan gaat de buitenbel. Ze verwacht niemand. Even is daar die gedachte, gewoon de bel de bel te laten. Het kan natuurlijk Sandra zijn, die met haar journalist een rondje buitenom maakt. Nee dat kan niet, want Sandra heeft geen kleren bij zich. Ze doet toch maar open; een onverstaanbare bromstem buiten; er zit iets met politie in. Bijna automatisch drukt ze op de knop in de hoorn. Er klinkt een zoemer; even later voetstappen op de trap; de bovenbel snerpt. Als ze opendoet staat er een man in een vale regenjas voor haar...

Een ruime pas achter hem staat nog zo'n type; alleen één à twee decaden jonger en de jas past in de laatste mode. Fatima beseft dat ze de deur te wijd open heeft gezwaaid. Het is zo'n routine die in je lijf zit verankerd. Terugzwaaien van de deur heeft geen zin meer, dus zwaait ze de deur maar vastberaden helemaal open. Ze ziet de man voor haar schrikken.

Fatima glimlacht om nog zelfverzekerder over te komen. Onwillekeurig streelt ze haar loshangende lange zwarte haar en vraagt: ‘Waar kan ik uw mee van dienst zijn heren.’

Roddelen in de sauna

De kleine, koelere sauna cabine is rustig omdat de meeste gasten voor de grote hete cabine kiezen. Zojuist heeft nog een gast de cabine verlaten. Daarom hebben Sandra en haar journalist even het rijk alleen.

‘Ik geloof mezelf niet. Ik ben nog nooit voor een verhaal zo ver gegaan,’ bekent Koos Boonstra.

‘Hoewel ik jouw vak verafschuw, zou ik denken dat dergelijke sprongetjes in het diepe er bij horen,’ reageert Sandra, terwijl ze de journalist van ‘Tirade’ vanaf de bovenst plank gadeslaat. Hij zweet nog niet echt dus heeft hij duidelijk moeite met de hitte. ‘Dit is in elk geval veel gelijkwaardiger en een duidelijk onderdeel van dat privť-leven van mij waar jij naar op zoek bent.’ Ondertussen voelt Sandra het zweet met straaltjes lopen. Ze geniet van het zachte kriebelen. En kijkt hem nogmaals aan.

‘En dat artikel van mijn concurrent,’ vraagt hij met een droge stem.

“Alles wat er over mij in staat is van ‘A’ tot ‘Z’ uit de dikke duim gezogen,”

‘En dat feest?’ vraagt hij door.

Dat is er geweest, maar dat is ook het enige dat van dat artikel waar is. Niemand in de directe omgeving van mijn vriendin weet iets van een interview. Er is dus alleen een fotograaf geweest, die stiekem opnamen heeft gemaakt. Kijk dit is privé terrein en fotograferen - behalve voor privé gebruik - is hier volgens de huisregels uitdrukkelijk verboden!’

Duivels toeval

‘Wat wil u drinken heren thee of koffie?’ vraagt Fatima aan Inspecteur Nieuwland en zijn collega. Ze probeert niet te laten merken, dat ze de heren het liefst meteen de deur zou willen wijzen. Zonder het te beseffen geeft de verticale rimpel in haar voorhoofd iets weg van wat ze niet wil weggeven.

‘De koffie komt mij langzamerhand de keel uit. Geef mij dus maar thee,’ zegt Inspector Nieuwland met een stem als een dreunende vrachtwagen over een verkeersdrempel.

‘En u ?’ vraagt Fatima aan zijn collega met de binnensmondse ratelstem. Hij heeft zich zo snel voorgesteld, dat ze zijn naam alweer is vergeten.

‘Liev'r w't fris!’ antwoordt zijn assistent. Ondertussen gluurt hij naar de borsten van Fatima.

Fatima kan hem weer bijna niet verstaan, maar ze gokt met: ‘Mijn logees zijn net vertrokken. Helaas heb ik buiten thee en koffie alleen nog maar Mecca-cola in huis.’

‘Met d't bocht kan j' zelfs geen fietskettingen schoon maken; laat d's maar,’ antwoordt het broekje ofwel zijn assistent. Gelijktijdig verandert zijn overigens gladde voorhoofd in een drietal vogelvormige voren.

Zij vermoed een weerzin tegen de merknaam; discriminatie? Uit de richting van zijn blik kan Fatima zeker opmerken, dat het ‘broekje’ moeite heeft met haar naaktheid. ‘Ook goed,’ zegt ze zonder iets te laten merken en ze gaat verder met: ‘Ik zat net aan het overgebleven gebak, wie gebak wil moet het maar laten weten.’

Inspecteur Nieuwland krijgt een gebakje zijn collega schijnt te lijnen. Ze vallen niet meteen met de deur in huis, maar stellen algemene vragen over de sfeer in de buurt en de verhouding tussen ‘het Vrijheidskwartier’ en ‘Klein Mekka’. Eerst stoort het Fatima niet, maar later vraagt ze zich af waarom ze twee rechercheurs op haar dak krijgt. Kan de wijkagent dit niet af? Ze besluit dat voorlopig nog maar even te laten en schenkt nogmaals thee in. Hoewel Fatima het probeert af te houden, worden de vragen allengs persoonlijker. Ze antwoordt bewust oppervlakkig. Ondertussen observeert ze de heer Nieuwland zorgvuldig. Je kan duidelijk merken, dat hij er op getraind is non-verbaal weinig van zichzelf weg te geven; zo anders is zijn assistent.

‘Fatima, voel j' je d'n geen afvallige?’

Fatima kijkt hem doordringend aan.‘Brutale wijsneus!’ denkt ze, maar ze houdt zich wijselijk in en zegt op beheerste toon: ‘Ik vind dat een brutale vraag!’

Hij leest van haar gezicht, dat ze hier kwetsbaar is. ‘Was d' confrontatie aan de deur niet 'n brutale confrontatie?’ zo reageert het ‘broekje’ met een wedervraag.

‘Daarin ga ik met je mee. Wat de vorige vraag betreft: Zeker niet; het is voor mij een bewuste keuze, die mijn geloof niet in de weg staat.’ reageert Fatima.

Er volgen nog meer van die vragen die op het randje zitten. Wat heeft de politie met haar geloof te maken. Ze krijgt al meer het gevoel dat de beide heren een soort spel met haar spelen. De oudere heer die haar keurig met u blijft aanspreken en zijn hulpje, dat de meer agressieve kant speelt. Ondertussen weet ze nog steeds niet waarom de heren haar met een bezoekje vereert hebben. De opstandige kant in haarzelf zou de heren het liefst meteen het huis uit smijten. Buiten begint het al te schemeren. Ze staat op om een lampje en een paar kaarsen aan te steken. Dan zet ze nieuwe thee, om daarmee de heren nog weer even te ontlopen.

Fatima ziet in de spiegelwand dat het ‘broekje’ tuurt in haar boekenkast. ‘Ze zoud'n bij d' nieuw' inburgeringswet boek'n in onleesbare talen moet'n verbieden!’ hoort Fatima het ‘broekje’ vanuit de keuken zeggen.

Die bewering achter haar rug verstekt haar gevoel voor onveiligheid. Om even afstand te nemen pakt ze een deel van de afwas aan. Ondertussen vangt ze nog meer vreemde opmerkingen op. Maar het geeft haar nog steeds geen idee, waarom ze met deze heren zit opgescheept.

Zodra ze de kamer binnen komt heeft Fatima een aanpak verzonnen. ‘Ik voel me hier heel ongemakkelijk bij. Dat ongevraagd tutoyeren ligt me niet. Ik heet Fatima Tahir. Als jullie je niet fatsoenlijk voorstellen dan is het verder mevrouw Tahir!’ geeft ze aan. Ze hoopt dat de heren haar suggestie oppakken.

‘Arnold Nieuwland,’ zo stelt de inspecteur zich voor. Hij is er inmiddels min of meer van overtuigd dat de dienst wel eens gelijk kon hebben. Ze lijkt sprekend op de foto in het dossier: ‘Is dit kwetsbare meisje echt Nidaa Bayoumi met honderden moorden op haar conto?’ vraagt hij zich af.

Dan komt het ‘broekje’ met: ‘Brig'dier Hans Stegeman,’ hij steekt Fatima zelfs een hand toe.

Fatima neemt het kleffe handje aan, en zegt: ‘Zal ik dan maar gewoon Hans en Arnold zeggen? Dan ben ik Fatima.’ Ondertussen ziet ze Hans blozen van verlegenheid.

De heren knikken instemmend.

‘Zie zo; ingepakt,’ denkt Fatima en ze herneemt het woord met: ‘Arnold het is mij nog steeds niet duidelijk waarom jullie hier zitten! Kun je mij iets meer helderheid verschaffen?’

Inspecteur Nieuwland kijkt Fatima strak aan en zegt met de nuchterheid van een ervaren politieman: ‘Wij zitten met een lijk in de diepvries, waarbij er weinig aanwijzingen zijn voor de identiteit. Nu zijn er aanwijzingen van getuigen dat dit waarschijnlijk de laatste woning is waar dat lijk levend is binnengewandeld.’

Fatima verstijft; even is ze zelfs niet instaat om te denken. Het lijk wel een eeuwigheid; de tijd staat stil. Dan denkt ze: ‘Daniëlle nee toch; er is toch niets mis met Daniëlle?’ gelijk beginnen de tranen te stromen.

‘De logica v'n ons onderzoek wijst slechts in één richting. Fatima, geef maar toe d't jij weet hoe 't zit met die moord. Het nudisme is een perfecte dekmantel voor 'n terroristische cel! Bovendien uitleveren naar een land - waar ze zo'n duivelin voor naaktlopen al stenigen - met verfijnde verhoor methoden zal je zeker doen bekennen,’ zo komt Hans met de adder onder het gras.

Inspecteur Nieuwland heeft de pest in. Zijn maatje heeft het weer een verpest. In een ooghoek ziet hij dat het zelfde maatje inmiddels al zijn blaffer tevoorschijn heeft gehaald. Een voorzichtigere aanpak zou zijn voorkeur hebben gehad, want het bewijs is nog te dun. Hij beseft terdege dat als ze fout zitten dit hem zijn carriŤre kosten. Nu kan hij helaas nog maar tot arrestatie overgaan dus haalt hij zijn handboeien onder zijn jas vandaan en zegt: ‘Even netjes de handjes op tafel dame,’ zegt hij dwingend.

Dan gaat het muziekje van de binnenbel.

Automatisch zegt Fatima met een snikkende stem: ‘Ik moet opendoen.’

‘Mooi niet Fatima of kan ik je nu beter Nidaa noemen. Je blijft keurig zitten anders krijgen we ongelukken,’ zegt inspecteur Nieuwland nors.

Fatima heeft het gevoel dat ze bijna droomt. Ze probeert bewust te blijven. In de verte hoort ze in de verte iets met het woord rechten er in. Dan verliest ze het bewustzijn...

Een wonderlijke ervaring

Fatima ziet hoe Sandra haar levenloze lijf met hartmassage weer aan de praat probeert te krijgen. Het lijf ligt op de vloer. De handboei is verwijderd van de rechter pols. Aan de andere kant zit Hans met de andere handboei om. Inspecteur Nieuwland hangt aan de telefoon. Er is geen gevoel van eenzaamheid, noch voelt de tijd aan zoals ze dat zovaak bij de bushalte heeft ervaren. Er is slechts een intens gevoel van geluk.

Een ambulance medewerker komt binnen, die met meteen zuurstof toedient. Een andere medewerker sluit de elektroden van een defibrillator op haar borst aan. Haar lichaam wordt op een brancard gelegd. Dan wordt haar lijf doormiddel van de handboei aan de brancard geketend en vervolgens ingepakt in dekens. Gelijktijdig kust Sandra vluchtig haar voorhoofd.

Fatima zweeft naar beneden en kust Sandra met haar lichtgevende gestalte. Dan laat ze zich meevoeren. Ze zweeft een lichtgevende tunnel in en voelt dat ze niet alleen is; er is een onbenoembare geborgenheid. Uit de verte klinkt er verrukkelijk gezang. Dichterbij ziet ze wezens op haar af vliegen. Het zijn engelen. Tot haar verbazing zijn de meeste naakt. Slechts een enkele engel draagt een ragfijn doorzichtig gewaad. Nu ze nog dichterbij komen zijn er duidelijk manlijke en vrouwelijke engelen te onderscheiden.

Ondertussen wordt de tunnel al maar wijder. Fatima merkt, dat ze om zich heen kan kijken. Even kijkt ze terug. Het eind van de tunnel is in die richting niets dan een puntvormig licht te zien: “Sexy popp'tje ev'n rustig hé” ... ‘Hans Stegeman hoe kun je zo kloterig hard zijn!’ ... “Sandra, met terroristen kun j' geen risico nem'n.” ... ‘Jullie moeten je vergissen. Fatima is geen terroriste, maar mijn hartsvriendin!’ ... “Dame gedraag je, anders bergen we je wel even op!” de laatste stem komt duidelijk van inspecteur Nieuwland; ze beseft dat ze in het hoofd van Sandra zit. Gelijktijdig is er een snerpende pijn in haar rechter pols; nee, het is de pols van Sandra.

Fatima richt haar gedachte op Sandra met: ‘Sandra het komt goed met mij.’ De pijn in haar pols verdwijnt als sneeuw voor de zon en er komt een gevoel van vrede over haar...

Tineke's oudjaar

Tineke staat voor het grote raam, dat vanuit het dorpshuis naar de weg uitkijkt. Het is het eind van de middag. Ook is het eind van het jaar. Oudejaarsavond ligt voor haar. Er zit een bezem in de lucht. Volgens de legenden de aankondiging van een heksennacht. De zon is nu geheel achter de horizon verdwenen. De strakke wolkenslierten kleuren paars. In de verte klinkt een enkele vuurwerkknal. In het weiland voor haar is de oudere jeugd bezig melkbussen in te graven. Het is net een Javaans schimmenspel. Ze moeten eerst de sneeuw verwijderen; dan hakken met een houweel, want de grond is bevroren. Karbitschieten is een traditie in Steenbergensluis. De heksen hebben de verkeerde nacht gekozen voor hun grote vergadering, want vannacht zal de stilte ver te zoeken zijn!

Het dorp heeft dit jaar haar rechten teruggekregen. Al een halve eeuw was het slechts een buitenwijk van Steenbergen. Maar de spirit van de bewoners heeft het karakter behouden. Toen kwam de strook nieuwe natuur tussen Steenbergen en het dorp. En bij de opening van het nieuwe dorpshuis heeft de jonge koningin de blauwe borden geplaatst. Het was groot feest in het dorp. Nu zijn er zelfs plannen om de sluis te restaureren.

Het Dorpshuis is de vroegere sauna ‘Eikelenbos’ die over de kop ging omdat de maatschappij weer eens een preutse golf doormaakt. Volgens Tineke komt dat door de nieuwe verzuiling. Na maanden van leegstand kon ‘de Stichting Nieuw Dorpshuis Eikelenbos’ het gelukkig kopen; een geluk bij een ongeluk.

Tineke draagt de toplessjurk, die ze in het Vrijheidskwartier heeft gekocht. Het wordt tijd om voor haar nieuw herwonnen vrijheid uit te komen, want anders ontstaat er roddel in het dorp. Ze heeft de hele dag hard gewerkt. In de keuken staat het resultaat af te koelen; schalen vol appelflappen en oliebollen. Haar oliebollen met blokjes Goudrenet van de appels uit haar eigen boomgaard zijn geliefd om de frisse smaak. Het recept echter - dat van haar moeder komt - heeft ze nooit verklapt.

Voor Tineke is het een vruchtbaar jaar geweest. Ze heeft veel ervaren en geleerd. Haptoyoga was een gok met een reuze drempel, maar het was zeker de moeite waard.

‘Tineke, die jurk staat je fantastisch zegt de conciŽrge van het dorps huis.’

‘Echt Jaap?’ vraagt Tineke met uitdaging in haar stem.

‘Ja Tineke je hebt mooie borsten. Die van mijn vrouw hangen wat te veel voor zo'n avonddress. Op het strand is dat wat anders, daar mag ze van mij best van haar vrijheid genieten.’

Hij komt uit de grote stad. Eénmaal met pensioen heeft hij hier een bungalow laten zetten. Zij ligt regelmatig achter huis naakt te zonnen. Het zijn makkelijke mensen. Nu is hij onbezoldigd conciërge van het dorpshuis en mede daardoor geheel opgenomen de dorpsgemeenschap.

Die positieve reactie doet Tineke goed. Ze vraagt zich af hoe de anderen zullen reageren. Het is inmiddels bijna donker. De neonstraatlantaren begint fel roze. Weldra als het donker is zal hij zijn oranje gloed verspreiden. Daar komt het busje van de band aan. Jongelui slepen grote luidsprekerboxen naar binnen.

De jeugdcommissie heeft de kleine sauna weer aan de praat gekregen. Op zolder stond in een hoekje nog een kapotte saunakachel. Het is een paar technische knapen gelukt het ding te repareren. Vanavond is de officiële in gebruik name. Voor alles apart is onvoldoende ruimte, dus heeft het bestuur na veel discussie besloten om de kledingkeuze in het gebouw vrij te laten als de sauna aan staat; want dat gedoe met badjassen werk alleen maar remmend. Je wil per slot van rekening de actieve jeugd niet naar de stad jagen.

Tineke was er voor. Toch is het best spannend. Hoe gaan de preutsere bezoekers om met al dat blote? Of past de jeugd zich te veel aan en wordt het een badpakkensauna waar niemand meer belangstelling voor heeft.

Er komt een jonge dame binnen. Tineke ziet in de weerspiegeling van de ruit dat ze een badlaken in de vorm van een straplessjapon draagt. Vlak voor de barkruk maakt ze het badlaken los. ze vouwt het op en legt het op de kruk. Dan gaat ze zitten. Haar gebronsde naaktheid glimt in de zachte verlichting boven de bar.

Tineke is verheugd: ‘Als er één schaap over de dam is, volgen er meer,’ ze loopt gelijk naar de bar om de jonge dame te bedienen, want dat is haar taak vanavond. In een ooghoek ziet Tineke dat jaap een paar extra houdblokken op het vuur legt. Hij geeft haar een knipoog; warmte en sauna hoort bij elkaar.

Sombere momenten

Sita kijkt naar Daniëlle die haar helpt met de afwas. Soms is de afwas zo'n moment waarin dingen aan de orde kunnen komen die anders blijven liggen. Sinds het nieuws over de verdwijning van Fatima is het gedrag van Daniëlle helemaal veranderd. Het vrolijke meisje dat het leven weer met twee handen had opgepakt is omgedraaid als een blad aan de boom. Ze is nu somber en gesloten. Ze zoekt een ingang; een paar woorden die het deksel bij Daniëlle kunnen lichten. Ze heeft het al geprobeerd tijdens de maaltijd, maar het liep vast. Ze kreeg een dooddoener terug. Het kan ook aan haar zelf liggen. Het is wat als een vriendin zomaar door justitie wordt afgevoerd; waarschijnlijk met een hartaanval en dan krijg je niet eens te horen in welk ziekenhuis ze ligt. Dick kwam met het ludieke idee om aangifte van ontvoering te gaan doen. Hij heeft vaker van die ingevingen. Dus is ze samen met Sandra naar het politiebureau gegaan voor de aangifte. Dames komt wat minder agressief over. Omdat ze een waarschuwing negeerden, die kort gezegd inhield: nu oprotten je krijgt gewoon geen antwoord, belanden ze samen een halve dag in de cel. Daarna stonden ze weer op de stoep van het politiebureau. Het schijnt iets met die rare antiterrorismewet van doen te hebben. Zo beseft Sita dat ze zelf somber is. Daarom kan ze niet tot Daniëlle doordringen. Fatima was het enige wat Daniëlle nog had; de zelfde taal en achtergrond. Ze kijkt Daniëlle weer aan. De afwas is inmiddels zo ver dat ze moet afdrogen. De borden glijden automatisch door de theedoek. Ondertussen is de stilte drukkend.

‘Sita heb je als iets nieuws over Fatima gehoord?’ zo doorbreekt Daniëlle de stilte.

‘Nee meid, het is een soort muur waar niemand doorheen breekt.’

‘Joh, ik wouw dat ik en spook was!’

‘Hoezo?’ vraagt Sita verbaasd.

‘Spoken kunnen toch door muren heen dringen,’ zegt DaniŽlle.

‘Oh ja,’ Sita glimlacht even en vraagt dan: ‘Je mist Fatima of niet soms?’

‘Ja en ik kan de gedachte, dat ik misbruik heb gemaakt van haar gastvrijheid niet los laten. Als ik mijn straf niet ontlopen had zou dit niet gebeurd zijn,’ zegt Daniëlle.

‘Zo moet je daar niet over denken!’ zegt Sita.

‘Je hebt gelijk, maar ik kan het niet van me afschudden. Fatima was hier de enigen waarmee ik over geloof kon praten,’ antwoordt Daniëlle.

‘Je zou het ook bij mij kunnen proberen,’ snijdt Sita aan.

‘Sita, jullie hebben een eigen tempeltje in huis. Geloof jij in één of meer Goden?’ vraagt Daniëlle met aarzeling in haar stem.

‘Eigenlijk is er één God in het Hindoeïsme, maar God is zo veelzijdig dat wij mensen dat niet kunnen vatten. Denk alleen maar aan de vraag of god man of vrouw is. Wij hebben mensen er moeite mee iemand voor te stellen die beide eigenschappen in zich draagt. Dit is nog maar een simpel voorbeeld. Je kunt je veel moeilijkere hoedanigheden van God voorstellen die voor ons mensen een onverenigbare tegenstelling lijken. Daarom kijken Hindoes op het persoonlijke vlak vaak maar naar één aspect van God. Een ander mens kijkt dan weer naar een ander aspect en een derde kijkt weer op een andere manier; enzovoort. Zo ontstaan er meerdere afbeeldingen van God en in de traditie hebben die vaste vormen gekregen, legt Sita uit.

‘Wij mogen geen afbeeldingen maken!’ zegt Daniëlle.

‘Als je ook in je hoofd kijkt, lukt dat dan?’ vraagt Sita om Daniëlle aan het denken te zetten.

‘Die vraag heb ik mezelf nooit echt gesteld. Nee, echt niet zo; ik stel me meestal een man voor; een oude wijze imam. Dat komt gewoon omdat mannen bij ons belangrijk waren,’ geeft Daniëlle aan. Die tempelkamer mag ik daar rondkijken?’

‘Ben je daar nog niet geweest?’

‘Nee ik heb alleen maar even naar binnen gegluurd,’ zegt DaniŽlle met een timide stem.

‘De afwas is bijna klaar. Als je het goed vindt kunnen we daar verder praten,’ stelt Sita voor...