Het heilige der heiligen

(Vrijheidskwartier vervolg - roman...)

De tempelkamer is ruimer als Daniëlle had gedacht en ligt in het noordoosten van het appartement. In een ander appartement zou het een grote slaapkamer zijn geweest; groot genoeg voor een ruim tweepersoonsbed. Er hangt de geur van verse bloemen. De afbeeldingen en beelden zeggen haar niet echt wat, maar er begint iets te dagen van een project op de lagere school. Ze wijst een beeld aan op het midden van het altaar en zegt: ‘Dat moet Ganesha zijn zegt ze.’

‘Besef dat de Islam de gehoorzaamheidsreligie is,’ denkt Sita. ‘Goed, dat is inderdaad Ganesha. Het is een symbool voor de wijsheid van God.’

‘Daar is tegenwoordig een groot gebrek aan,’ zegt Daniëlle. ‘Overal zijn de mensen dom bezig, zoals zo'n stomme antiterrorismewet,’ gelijktijdig biggelen de tranen over haar wangen.

Sita slaat een arm om Daniëlle heen. Ze geeft het verdriet de tijd. Het zijn van die zeldzame momenten die gekoesterd moeten worden. Ondertussen biggelen de tranen al over de naakte borsten van DaniŽlle die op haar knieŽn zit. Een drup van de tepel vat vervolgens op haar bovenbeen; glinstert als een parel. Haar hand veegt in een automatische beweging het kriebelende vocht weg. Sita voelt even mee; ze voelt de droefheid als een druk achter haar ogen. De tranen proberen uit te breken.

In zak en as

Het is oudejaarsmiddag, Sandra voelt zich eenzaam in het lege huis van Fatima. Het tikken van de klok versterkt dat gevoel van eenzaamheid nog. Haar vriendin ligt al drie dagen op het randje van leven en dood en ze kan niet eens op bezoek. Justitie maakt ieder kontact onmogelijk! Feitelijk weet ze niet eens of Fatima nog leeft. Het kan best zijn, dat justitie redenen heeft om het bericht van haar dood achter te houden. Dick heeft onmiddellijk een advocaat in de arm genomen. Die advocaat loopt echter vast tegen de muur van de nieuwe antiterrorismewet. Verder heeft zijn relaties, zoals de burgemeester benaderd, maar ook die weten van niks.

Sandra zet de radio aan. Met populaire muziek op de achtergrond pakt ze de keuken aan. Ze begint met de afwas, die stond er nog staat gisteren. Even leidt het wat af. Spoedig is het aanrecht weer leeg; dan voelt ze haar oude blessure weer. De laatste tijd was die juist als sneeuw voor de zon verdwenen.

Voor Sandra blijft er slechts de pijn van een pas gevonden, wederom verloren vriendin. Ze kijkt naar buiten; voor haar ligt het mistige sneeuwlandschap. Het vuurwerk knal aan ťťn stuk door. In de verte dringt een enkele vuurpijl door de dunne mist. Beneden rijdt er een zwarte wagen de straat in. Die auto keert; portieren gaan open en slaan meteen weer dicht. Dan gaat zoemer van de benedenbel. Sandra is op van de zenuwen. Wie er zijn uitgestapt heeft ze niet kunnen zien, want de wagen stopte te dicht bij de gevel.

Bibberend van angst bedient Sandra de benedendeur. Het is de stem van Fatima; angst slaat om in vreugde. Sandra kan niet wachten op de bovenbel. Het duurt een eeuwigheid. Als ze eindelijk de deur open neemt ze Fatima in haar armen.

‘Zonder die hartmassage van jouw had ik het niet overleeft,’ zegt Fatima als ze gezamenlijk aan de thee zitten.

‘Hoe weet jij dat?’ vraagt Sandra.

‘Ik heb een bijna-doodervaring gehad. Aan het begin heb ik je zien ploeteren meid. Daarna heb ik me laten wegglijden in een tunnel vol engelen. Hoe is het met je pols?’ zo reageert Fatima met haar vertrouwde babbelstem.

‘Oh, die doet nog wat zeer met bewegen.’ zo wuift Sandra het probleem weg.

‘Geef die arm eens hier,’ zegt Fatima en ze streelt zachtjes over de pols van Sandra. ‘Probeer hem nu nog eens.’

Sandra beweegt haar pols in alle richtingen. ‘Het is helemaal weg!’ zegt Sandra verbaast.

‘Van boven gekregen; ik zal je nog wel een paar keer moeten nabehandelen,’ beweert Fatima. ‘Maar hoe is het gegaan met die journalist?’

Sandra begint te vertellen en zo babbelen ze beide verder, want er valt heel veel te vertellen. Ondertussen merken ze niet eens, dat het al begint te schemeren. De pijn is vergeten en het geluk is gevangen in het moment van nu. Buiten wordt het ondertussen stiller, want de jeugd moet eten. Als een enkele vuurpijl plotseling de kamer verlicht, steekt Sandra de schemerlampen aan. Vervolgens gaat Sandra naar de keuken om het restje soep op te zetten. Fatima belt ondertussen Dick op met het goede nieuws. Als ze samen aan de soep met brood zitten, gaat de buitenbel. Het is inspector Arnold Nieuwland, die zijn excuses komt aanbieden. Fatima biedt hem een kom soep aan; gastvrijheid zit in haar genen. Ze neemt hem terloops in zich op. De man ziet er vermoeid uit. Zijn hangende wallen zijn daarvan het bewijs. Bovendien heeft hij honger, want hij laat zich de soep en het brood goed smaken. Ondertussen borrelen de vragen in haar op; haar bewustzijn is gelijk kokend water. Toch weet ze niet hoe ze moet beginnen.

Sandra haalt voor Fatima de kastanjes uit het vuur met: ‘ĎJe zult wel begrijpen, dat je ons nogal wat uitleg verschuldigd bent! Om te beginnen, hoe wist je dat Fatima net terug is?’

‘Via een anoniem code telefoontje. Zo gaat dat nu eenmaal tegenwoordig,’ zegt Arnold. Hij neemt een lepel soep alvorens verder te gaan met: “Het begon allemaal met ‘die nieuwe anti-terrorismewet’. Die wet maakt rustig reageren vrijwel onmogelijk. Zelf zie ik die wet niet zo zitten. Het ontbreekt aan voldoende waarborgen. Dus had ik willen aftasten zoals we dat in een gewoon onderzoek doen. Verder lag er een rapport van de inlichtingendienst met een foto die als twee druppels water op Fatima leek. Daarin werden bovendien verbanden met die moord gelegd. Dan heb je mijn partner Hans Stegeman. Een broekje rechtstreeks van de recherche school. Hij gaat prat op die anti-terrorisme workshops in het buitenland. ‘De nieuwe aanpak’ noemt hij het. Natuurlijk heeft hij zijn kwaliteiten. Hij is een kei als het om automatisering gaat, maar van het gedegen recherchewerk heeft hij nog geen kaas gegeten. Dus toen mijn partner met die beschuldiging van terrorisme aankwam - hij had dat volgens mij nooit mogen doen, want eer lag geen degelijk bewijs - kon ik alleen nog maar meegaan in een arrestatie, van Fatima en daarmee viel ze - door die nieuwe wet - gelijk onder de geheime dienst.”

‘Het begint mij te dagen en ik waardeer het in je Arnold dat je dit in het hol van de leeuw komt vertellen,’ zegt Sandra, vervolgens pakt ze een snee notenbrood.

‘Fatima, hoe is het met je gezondheid?’ vraagt Arnold bezorgt.

Fatima maakt haar mond leeg alvorens ze antwoordt met: ‘Het was mis met mijn hart. Ze noemen het een hartritmestoornis. Er schijnt niet al te veel schade te zijn. Verder moet ik zelf contact opnemen met een gewoon ziekenhuis. Ik denk dat de gedachte aan het martelen met mij aan de haal ging. Mijn familie heeft daar nogal onaangename ervaringen mee.’ Ze probeert de afstandelijkheid te bewaren maar de emotie ligt op de loer. Gelukkig vraagt een serie vuurpijlen aan de andere kant van het raam haar aandacht. In een ooghoek ziet ze hem klein worden.

‘Fatima, nogmaals mijn excuses,’ zegt Arnold met trillende stem.

‘Geaccepteerd Arnold,’ reageert Fatima onmiddellijk. ‘Ik hoop dat je je nu hier weer wat veilig voelt.’

‘Fatima, dat zit wel goed. Hoe moet een politieman zich hier onveilig voelen? Maar het is goed dat jullie je idealen nog niet verloren zijn. Maar iets anders: hoe komen jullie aan dat fantastische notenbrood,’ vraagt Arnold.

“Gewoon bij de ambachtelijke bakker. Ik bedoel de bakker hier in ‘het Vrijheidskwartier’. Hij ligt hier tegenover naast lunchroom ‘de Koffieboon’. Van de textielzijde kun je bij ‘de Koffieboon’ naar binnen gaan,” antwoord Fatima.

Ondertussen is de sfeer is omgeslagen. De mens achter de politieman komt nu naar voren. Het wordt echt stil buiten, want de massa zit aan de maaltijd. Op tafel dansen de kaarsvlammetjes als bevestiging van de herstelde sfeer. Omdat de kaarsen bijna op zijn, projecteren de facetten van de glazen standaards een lichtspel op het tafelkleed. De klok op de schoorsteenmantel tikt de tijd weg in opmars naar het nieuwe jaar. Slechts een enkel rotje in de verte of een lepel die klingelt in een soepkom verstoort dit eentonige ritme.

Fatima kan genieten van zo'n moment van zwijgen, maar het moet gewoonlijk niet te lang duren. Toch is er wat verandert. Ze is onzeker over alles dat ze nu bij de ander aanvoelt. Zeker zal ze met haar nieuwe gaven moeten om leren omgaan. Ze kijkt Arnold terloops aan; houdt dan de concentratie vast en daarmee gaat een boek open. Voorhaar ligt een zee van pijn met slechts eilandjes van geluk. Dan doorbreekt Fatima de stilte met: ‘Arnold schrok je erg, toen ik geheel naakt in de deuropening stond?’

“Ja zeker; we waren in een aantal benedenwoningen geweest en ik besefte niet dat deze bovenwoningen een onderdeel van ‘het Vrijheidskwartier’ zijn. Overigens mijn partner Hans, had het er veel moeilijker mee.” antwoordt Arnold met zijn zware stem.

“Dus voorheen was je nog nooit in ‘het Vrijheidskwartier’ geweest?” reageert Sandra.

“Nee, ik wil niet discrimineren maar de problemen consenteren zich toch echt in ‘Klein Mekka’. Ik denk dat in dit paradijsje van jullie voor mij ook in de toekomt geen droog brood valt te halen,” zegt Arnold.

‘En ... hoe zit het dan met het notenbrood,’ merkt Sandra op.

‘Oh ja, om mijn vrouw te plezieren moet ik toch maar zo nu en dan zo'n broodje halen,’ pakt Arnold de lachend op. De woordspeling is hem niet ontgaan.

‘Hoe zit het met het onderzoek,’ vraagt Sandra nu ze voelt dat de sfeer goed is.

“Vooropgesteld dat ik niet alles kan vertellen: Nu jullie Dunya ofwel DaniŽlle nog leeft, weet ik niet welk meisje er bij ons in de diepvries ligt. Als politieman zit ik dus ‘in zak en as’. Er is helaas kostbare tijd verprutst met een foutief spoor. Je kunt mijn bezoek ook beschouwen als een eerste stap. Hoe voelt Daniëlle zich nu ze weet dat er waarschijnlijk een ander in haar plaats is overleden?” vraagt Arnold.

Het voorhoofd van Fatima vormt een diepe verticale rimpel als ze inbreekt met: ‘De naam Daniëlle gaat toch niet het hele bureau rond?’

“Nee Fatima, maak je maar geen zorgen. De enige plaats bij de politie waar die naam rond gaat, zit in mijn hoofd. Op het bureau kennen ze alleen de dossiernaam Dunya Lazrak. Ik moet je trouwens feliciteren, dat je zelfs onder de druk van ‘de Dienst’ niets hebt weggegeven. Je kunt met zo'n zaak rond ‘familie-eer’ niet voorzichtig genoeg zijn met dergelijke gegevens,” geeft Arnold aan.

‘Daniëlle heeft er moeite mee; ze voel zich schuldig en zit in een geloofscrisis. Dus huilt ze veel, maar aan de andere kant wordt ze goed opgevangen,’ zegt Sandra.

Zo praten ze verder. Ondertussen is de soep op. Fatima vertelt nog eens in alle details haar verhaal rond de eerste ontmoeting met Daniëlle. Soms vult Sandra iets aan. In de verte neem het geknal weer toe. Zo blijven ze er bewust van dat dit de laatste avond van het jaar is. Soms stelt Arnold specifieke vragen dan weer stoppen ze even omdat details te pijnlijk zijn of het vuurwerklawaai te heftig is...

Oliebollen en appelflappen

De belangrijkste vragen zijn gesteld. Fatima en Sandra praten nog even na met inspector Nieuwland ofwel Arnold. Arnold was al eerder van plan op te stappen. Hij wil ‘oud en nieuw’ thuis vieren, maar telkens was er een reden om nog even te blijven plakken. Zo kwam Dick langs om te zien hoe het met Fatima gaat.

Weer gaat het muziekje van de bel. Sandra doet open. Deze keer zijn het DaniŽlle en Sita, die de huiskamer betreden. Na een omhelsing van Fatima, stalt Daniëlle stalt de inhoud van een grote sporttas op de tafel uit en zegt: “Nu jij terug bent Fatima moeten we echt ‘oud en nieuw’ vieren.” Dan neemt ze de deksels weg. Op de tafel staat een reuze pan met oliebollen, een iets kleinere pan met appelflappen en twee flessen met alcoholvrij, mousserend druivensap.

Wat geweldig! DaniŽlle heb je die zelf gebakken? vraagt Fatima.

‘Nee ik heb alleen maar geholpen. De kennis en kunde zit bij Annie. Het is een generaties-oud, geheim familierecept.’

‘Zo in je blootje?’ vraagt Arnold.

‘Nee ik ben daar gek! Ik wil geen brandwonden van de hete olie. Dan maar even zweten,’ antwoordt Daniëlle verbaasd.

‘Hoe bevalt die blonde krullenbol,’ vraagt Arnold verder in een poging serieuze belangstelling te tonen.

‘Ik had liever mijn eigen haar gehouden, maar dit is veiliger. Dus moet ik maar aan mijn spiegelbeeld wennen,’ reageert Daniëlle nuchter.

Sita gaat gelijk weer naar huis. Arnold stelt nog meer vragen aan Daniëlle. Voor een echt interview is echter geen tijd, want ook Arnold verlangt naar zijn eigen thuis...