Carnaval

(Vrijheidskwartier vervolg - roman...)

Inmiddels was de winter even tanende. Het ‘Vrijheidskwartier’ maakt zich op voor een groots canaval feest. Dat is maar goed ook, want de winter drijgt nu volgens de voorspellers echt door te gaan zetten. Buiten ligt al zeker twintig centimeter sneeuw, wat in jaren niet is voorgekomen.

Voor Sita stond het vast, dat ze de huiskamerlessen haptoyoga wilde binnenhalen, nu hun nieuwe appartement daartoe de mogelijkheid zou bieden. Met Annie ging daar nog menige discussie aan vooraf. Nu is het zover, over nog geen half uur zullen de eerste cursisten binnen komen. Annie is zenuwachtig, want ze heeft straks haar zangkoor, ze is al laat en bovendien is het glad, want de winter wil nog steeds niet wijken.

‘Succes, en tot vanavond meid,’ zegt Annie terwijl ze Sita en vluchtige zoen geeft. Dan rent Annie naar beneden de Sneeuwstorm tegemoed. De houten trap die naar de benedenhal lijdt kraakt. Dan valt de buitendeur met een bons dicht. Sita verlaat het bovenhalletje en gaat naar de keuken om theewater op te zetten, dan passeert ze het halletje weer en steekt de kaarsen op de salontafel in de kamer aan. Ze kijkt tevreden naar de vlakkerende vlammetjes in de gaskachel zonder die extra kachel – naast de centrale verwarming – had ze het met dit klote weer waarschijnlijk niet warm kunnen krijgen.

De fluit van de waterketel, de halbel, de telefoonpiep, de deurbel – alles gelijktijdig – even weet Sita niet wat ze eerst moet doen! Gespannen rent ze de krakende trap af om open te doen. Het is Tanja die even te vroeg binnenkomt, haardikke winterjas nog wit van de sneeuw, ondanks dat ze die in trappenhuis heeft trachten af te schudden.

‘Hallo, ik zal je zo maar niet omhelzen Sita,’ zegt Tanja terwijl Sita haar dikke winterjas aanpakt. Tanja gaat zitten op de rieten stoel en begint haar laarzen uit te trekken.

‘Fijn dat je bent Tanja,’ reageert Sita.

‘Waar kan ik me uitkleden?’

‘Kijk, hier’, ze schuif een grote gangkast open in de hal. Er toont zich een ruimte met kleerhangers zoals je die in een zwembad zou verwachten. ‘De grote huiskamer is boven, want die ligt beven de ingangspoort,’ zegt Sita.

Even later in de warme huiskamer omhelst Sita Tanja. Het is werkelijk verrukkelijk om elkaar naakt te begroeten. Zo kom je even dichter bij elkaar.

‘Zijn mijn handen niet koud,’ zegt Tanja bezorgd.

‘Nee meid, maak je niet druk ik wil je helemaal voelen en op mijn billen voelen je koude handen verrukkelijk,’ reageert Sita terwijl ze op het punt staat Tanja een paar dikke pakkerts te geven. Dan volgt er een moment van huid tegen huid - zo'n moment van heel dicht bij elkaar zijn, waar het verlangen is, dat de tijd stil staat...

Zo vult zich de huiskamer gestaag met cursisten. Sita schenkt thee in en loopt dan weer weg om de telefoon te beantwoorden.

‘Ik ben benieuwd wat onze swamini er van gaat maken, zo tracht Anna een opening tot een conversatie neer te leggen.

“Je hebt te veel Oosterse yogaboeken gelezen. Die titel ‘swamini’ wil Sita zeker niet horen!” zegt Tanja

‘Sita is toch Hindoe,’ oppert Anna.

Arnold reageert met: ‘Ja, maar ze houdt niet van die opsmuk. Bovendien is haptoyoga een Westerse vorm, die geheel los staat van het hindoeïsme.’

‘Anna, is het spannend, omdat je nieuw bent in deze groep?’ met deze vraag tracht Tanja juist die spanning wat te ontladen.

‘Ja, nu ik hier zit komt het wel wat op me af,’ geeft Anna toe.

‘Anna, heb je bewust gekozen voor bloot yoga,’ vraagt Arnold.

‘Nee, maar ik ben net verhuist voor mijn werk en dit is de enige cursus yoga dichtbij waar nog ruimte was. Bovendien ga ik wel eens naar de sauna, dus dat blote schrikt me niet echt af.’

‘En zo'n huiskamergroepje?’ vraagt Tanja.

‘Ik weet het nog niet! Ik heb tot dusver alleen les in een zaal gehad,’ reageert Anna.

Dan komt Sita binnen met een nieuwe pot thee voor na de les. Ze plaatst de thee onder de muts en zegt: ‘De anderen zijn ziek, dus hebben we vandaag maar twee vloerplekjes nodig.’

‘En Arnold dan?’ vraagt Anna.

‘Arnold is mijn lesassistent,’ zo vult Sita aan terwijl ze het afdeklaken weg haalt en ze gaat verder met: ‘Anna jij kunt bij Tanja wat afkijken, dan wijst het verder vanzelf.’

‘Jij moet met je hoofd naar de ander kant gaan liggen Anna,’ zegt Tanja en ze gaat ondertussen alvast op haar rug liggen; voor haar is dit niet nieuw; ze heeft al veel vaker zo'n haptoyogales meegemaakt.

‘Met lekker languit en je kijkt naar wat je ziet met dichte ogen,’ uit de mond van Sita start de les...

Koffiebar

Het is stil in het appartement. De les is voorbij en de cursisten zijn naar huis. Annie kan zo thuiskomen. Sita voelt zich opgelucht, dat bij deze eerste officiële les bij haar thuis alles goed is gegaan. Vooraf was ze nogal gespannen, al wilde ze dat toen aan zichzelf niet toegeven. Ze loopt naar het raam. Het sneeuwt nog steeds. Als dit zo doorgaat wordt het sinds jaren weer een strenge winter. Het spel van de wind en de sneeuwvlokken boeit haar nog steeds. Langzaam plakken de vlokken de randen van de ruiten dicht. Aan de overkant licht het gebouw van de ‘Jezus Jeugd’. Deze winter is beslist vroeg rond Diwali al begonnen. Diwali is allang gepasseerd en het feestseizoen van de wintermaanden is op carnaval na voorbij. Sita heeft altijd wat problemen gehad met deze tijd van gezelligheid. Het zijn haar feesten niet, bovendien klitten de Hollanders, dan bij elkaar. Voor een eenzame studente, die hard moet leren en daarnaast nog moet werken – om de studie schuld laag te houden – is het een tijd van afzien en eenzaamheid. De laatste maanden in het ‘Vrijheidskwartier’ waren duidelijk anders. Hier zijn de mensen meer open. Toch verlangt ze naar het voorjaar. Ze droomt weg in haar herinneringen en het begin van haar relatie met Annie. De eerste echte ervaring met het Christendom van Annie was niet zo positief. Ze was met Annie mee naar de koffiebar om een film te bekijken. Niet voor haar zelf, maar gewoon mee met Annie – gezellig samen: “Annie is even naar het toilet en de koffie was nog heet genoeg om je tong te verbranden, toen een meisje aankwam met de confronterende vraag: ‘Geloof jij in Jezus?’

‘Nee, ik ben een Hindoe!’ was het rappe antwoord van Sita, want ze is gewoonlijk niet op haar bekje gevallen.

‘Maar Jezus red!’

‘Oh ja?’

‘Ja - zonder Jezus ga je verloren.’

Ik kom hier, om met mijn vriendin naar een film te kijken en niet om bekeerd te worden,‘ zegt Sita nogmaals maar nu op beleefde doch duidelijke toon.

‘Je weet niet wat je zegt, je hart is in de macht van de duivel!’

‘Bij Ganesha, laat me met rust slet!’

’Je moet je hart aan Jezus geven, want hij is de weg en de waarheid.’

‘Ik vertrouw mijn hersens liever aan Ganesha toe, zodat ik niet zo stom omga met mensen als jij. Laat me met rust!’ bijt Sita de broodmagere puber toe.

‘Je weet niet wat je zegt als je je niet eerst aan Jezus geeft. Ik was ook in de zonde.’

‘Puistenkop laat me met rust!’ reageert Sita nu met stem verheffing, want ze voelt zich nu echt ongemakkelijk. Waar blijft Annie nou?

‘Je moet open staan voor een discursie,’ bemoeit een bink – die kennerlijk bij de puistenkop hoort – tot overmaat van ramp er zich ook nog mee.

‘Jezus geeft je nieuw leven,’ zegt een ander meisje terwijl ze ijverig in haar bijbel bladerd in de verwachting een goed sitaat te vinden.

‘Het staat allemaal in de bijbel,’ voegt nog een ander en aan toe.

‘Dat is de Waarheid - de enige Waarheid.’

‘Ja een cultus van bloed en mensenoffers, Abraham die bereid is zijn eigen zoon te offeren en een God die dat – duizend jaar later – nog uitvoert ook!’ zegt Sita in een poging de discursie te smoren, maar dat had ze niet moeten zeggen want, het was olie op het bekeringsvuur.

Maar jij gelooft in vele nepgoden die niets voorstellen.’ reageert de bink, die kennerlijk wel een iets heeft opgevangen over het hindoeïsme.

‘Dat ... is niet waar, ik geloof in de eenheid van Al wat is,’ zegt Sita in een poging een onwaarheid te weerleggen. In een ooghoek ziet ze dat Annie terug komt. Het geeft haar moed.

‘Maar...’

‘Niets te maren!’ zegt Annie, die inmiddels naast Sita is komen zitten en innig een arm om haar heen slaat: ‘Jullie zijn bezig mijn vriendin te verkrachten ... jullie zijn Jezus niet waard!’

Annie kust Sita teder. Tong zoekt tong. Het is even muisstil in de koffiebar...” Sita hoort de deur piepen; het is Annie, die de huiskamer betreedt.

De wanhoop nabij

Joop Schoenmaker zit met zijn zoon Marcel aan de grote tafel in de huiskamer. Hoewel hij voelt dat hij wat vaker met zijn zoon van man tot man moet praten kost het hem moeite, want opvoeden in deze snel veranderende maatschappij is niet makkelijk. Hij begint het gesprek met: ‘Zo ge hebt verkering jong. Dat wist ek'nie!’

Marcel kijkt om zich heen. De sfeer van het altijd zo vertrouwde huis is ineens zo anders. Alles is depri; het bruine behang, ouderwetse, bruingebeitste meubels en het huilende zigeunermeisje aan de wand. Er is zoveel fijns gebeurd, maar het lijkt net een droom. Hij weet dat het er nu op aan komt.

Hij heeft genoten van het samenzijn met Iris, maar nu moet hij er voor uit komen, dus begin hij stamelend met: ‘Het was's al even aan; meer gewoon wat sjans. Een meisje uit de klas. Paps, ze heet Iris en nu is het echt serieus.’

Meneer Schoenmaker kijkt zijn zoon aan met een blik van weet-je-wel en zegt: ‘Hoe komt u't zo rap? Is dat nie een bietje te vroeg manneke?’ achteraf betwijfelt hij zijn benadering. Hij wil zijn jongen ook niet van hem vervreemden. Je hoort wel vaker dat tieners weglopen.

Deze vraag had Marcel niet verwacht. Hij zit er mee in zijn maag. Daarom kijkt hij deemoedig naar beneden als hij zijn schouders ophaalt en zegt: ‘Nou en?’

‘Wat is dat een schoon hangerske. Laat dat dingske u'ns zien?’

Marcel haalt het kettinkje van zijn hals. Kijkt zijn vader aan en zegt hij onderwijl hij het kleinood in de hand van zijn vader legt: ‘Van Iris gekregen.’

‘Domme da's nog echt goud ook,’ zegt meneer Schoenmaker verbaast. ‘Zo'n dingske maakt algauw 'n paar honderd euro. Hoe komt ge da'r aan?’

‘Beter gezegd we hebben hangers geruild. Het is het naturisten symbooltje,’ voegt Marcel aan zijn verklaring toe. Hij vreest dat ook deze verklaring onvoldoende zal zijn.

Meneer Schoenmaker speelt met het kettinkje in zijn vingers als hij verder gaat met: ‘Hoe komt ge'rbie, om er zomaar met dat wichtken er vandoor te gaan. Ons moeder met het eten laten zitten en dan een des anderen daags weder komen opdagen. Is die Iris dat wel waard?’

Marcel is inmiddels opgestaan. Dit klinkt niet goed. Hij weet niet wat hij nu aan zijn vader heeft en vreest naar boven te worden gestuurd. Hij haalt alle moed bij elkaar en zegt: ‘Jawis, Iris is een mieterse meid!’ Hij voelt de dwingende ogen van zijn vader; zoekt naar woorden; de juiste woorden... ‘Goed ik ben verliefd; vlinders in mijn buik! Enne...’

‘Eén schone meid; dan leupt mijn stoere vent in zeven sloten gelijk.’ vult meneer Schoenmaker in. ‘Enne kiek ons's aan. Wat doet die'n brommer in 't kot?’

Marcel is de wanhoop nabij. Begint hij ook nog over die brommer te zeuren. Wat moet ik nou! Hij stampt met zijn voet op de vloer en zegt: ‘De brommer kan me niet schelen, maar ik wil Iris echt niet kwijt! Hebben de ouders van Iris dan niet gebeld?’

Kleine wijsneus

Fatima heeft Marianne op bezoek; zo'n moment van even bijkletsten. Na twee dagen brainstormen met haar baas en diverse gasten, kan dat heel ontspannend zijn. Ansje zit aan de grote tafel te tekenen. Het bijbelse verhaal van school biedt de nodige inspiratie. Coen is nog bij het beachvolleybal. Buiten ontrekt een aankomende sneeuwbui het laatste kleurende schemerlicht. Gelijk met het losbarsten van de bui wordt het echt donker. De tegenstelling tussen binnen en buiten worden er door versterkt en daardoor is het binnen extra knus. Zo-nu-en-dan rammelt de wind met de ruiten.

Fatima kijkt Marianne aan en zegt: ‘Ik heb thee gezet, want al die koffie hangt me de keel uit!’

‘Dat is prima, want bij de krant hebben ze me ook al vol gegoten met koffie,’ antwoordt Marianne.

Fatima schenkt de dampende thee in en vraagt: ‘Meid, hoe is het afgelopen bij de krant?’

‘Goed, ik heb een vaste, dagelijkse column!’ zegt Marianne verheugd.

‘Gefeliciteerd meid!’ zegt Fatima meelevend.

Het is de inleiding tot het uitwisselen van de gewone dingen des levens, ofwel wat we in het algemeen verstaan onder praten over koetjes en kalfjes; gekeuvel. Fatima gaat ondertussen rond met chocolade zeebanket, dat ze van haar baas heeft gekregen. Ansje krijgt haar chocolaatjes op een schoteltje met een servetje erbij, want bruin is niet echt haar lievelingskleur. Die chocoladevlekken kunnen een hele tekening bederven.

Ansje neuriet zachtjes van inspiratie. Ze heeft duidelijk plezier in haar werk. Het is een vorm van achtergrondmuziek bij deze gezellige uitwisseling van ditjes-en-datjes tussen Fatima en Marianne. Zo verglijdt met gezelligheid de tijd. Er heerst een sfeer van vredigheid. Dan onverwacht gaat de zoemer van de buitenbel.

Fatima doet open. Het is imam Hassan die de huiskamer binnenkomt. Er ligt nog een beetje sneeuw op de tulband met puntmuts van de eerwaarde. ‘Goedenavond,’ zegt imam Hassan. Dan richt hij zich tot Ansje met: ‘Jij bent aan het tekenen Ansje?’

Ansje legt haar tekening uit. De stapel volgt hele verhalen uit het oude testament.

Omdat ze uit beleefdheid denkt aan opstappen, onderbreekt Marianne haar dochter met: ‘Wijsneusje van mij, moet je dat niet aan de dominee vertellen?’

Ansje reageert pardoes met: ‘Nee mamma. Ze vertellen allebei over de zelfde God. God is toch zijn voornaam en Allah zijn achternaam.’

‘Meid, de uitspraak van de kleine salika snijdt zeker hout.’ zegt Fatima serieus.

‘Wat is een salika?’ vraagt Marianne.

‘Een salik is een yogi,’ geeft imam Hassan aan en hij gaat verder met: ‘Je hebt een wijze dochter Marianne, een voorbeeld voor al die grote mensen die elkaar om deze zaken in de haren zitten. Het is zo'n verhaal dat ik goed voor een preek kan gebruiken. Dit maakt mijn hele dag goed,’ zegt imam Hassan.

Dan richt imam Hassan zijn aandacht weer op Ansje. Fatima schenkt Marianne een nieuwe kop thee in, zo rollen de beide dame's weer hun vanzelfsprekende babbels. Het gezellige geroezemoes is hersteld en wordt slecht onderbroken door de wind die af-en-toe met de ruiten rammelt met de ruiten.

‘Ik ben benieuwd hoe Iris het er vanaf brengt. Ze heeft haar nieuwe vriendje over de drempel gekregen. Vanavond is het uur van de waarheid, ofwel de confrontatie met zijn ouders,’ zegt Marianne.

Fatima haakt daar op in met: ‘Ze heeft gisteren tijdens de dansles echt genoten, dat kan niemand haar meer afnemen,’ zegt Fatima.

‘Dat wel, maar ouders die jong geluk afwijzen kunnen veel verdriet veroorzaken,’ antwoord Marianne bezorgd, Haar nichtje is haar dierbaar.

‘Ik voel dat het goed komt,’ zegt Fatima

‘Je, zegt dat de laatste tijd wel vaker. Meen je dat nou echt?’ vraagt Marianne.

‘Ik kan het niet goed verklaren, maar het voelt dat het goed komt. Als ik dat gevoel heb komt het meestal uit! Het is net zo iets als het weghalen van pijn met mijn handen. Marcel is trouwens een leuk joch. Ze passen echt bij elkaar die twee,’ zegt Fatima.

Omdat Ansje in de kamer zit gaat Marianne niet verder hier op in en ze zegt: ‘Ja het is een fantastisch stel, die twee.

Ondertussen heeft imam Hassan zich uitgekleed en voegt hij zich bij de volwassenen. ‘Fatima, ik ben maar zo vrij geweest om een handdoek van de stapel te pakken,’ zegt hij.

‘Goed!’ zegt Fatima: ‘Wil je thee Hassan?’ vraagt ze dan.

‘Graag,’ zegt Hassan en hij gaat verder met: ‘Wij hebben afgesproken dat als ik mijn kleren afleg ik daarmee tevens mijn titel op de plank leg. Ansje kent mij al van school en u bent dus de moeder van Ansje? We hebben elkaar al op diverse vergaderingen gezien, maar laat ik me toch maar even volledig voorstellen: Hassan El-Hakim.’

Marianne neemt de man in zich op Ook zo zonder kleren is hij een imponerende verschijning. Ze stelt zichzelf voor met: “Aangenaam; Marianne Bosch, ik ben de buurvrouw van Fatima en de moeder van Ansje en Coen. Maar laat dat ‘u’ maar weg. Jij doet dus dat gezamenlijke project met dominee Poortvliet?”

Hassan kijkt Marianne aan en zegt: ‘Ja het was een idee van juf Mieke om voor de klas zo nu en dan gezamenlijk op te treden en dan de rollen zo-nu-en-dan te verwisselen. Dus daarin vertel ik dan de bijbelse verhalen en collega Poortvliet vertelt verhalen uit de Suna, ofwel de islamitische overlevering. Ik moet niet de indruk geven, dat het overal zo makkelijk ligt. Op het moment is de naturistische school de enige plaats waar ik zo'n experiment aandurf.’

Marianne reageert met: ‘Je wijst op die rellen van eind vorig jaar?’

Hassan wikt en weegt zijn woorden voor hij antwoordt met: “Niet alleen; er ligt een onderhuidse spanning. Veel mensen kunnen de grote cultuurverschillen niet aan. ‘Het Vrijheidskwartier’ staat hier eigenlijk zo'n vijftig jaar of zo te vroeg.”

Het is even stil op het neuriën van Ansje na. Een moment later rammelt de wind met de ruiten. De kaarsen flakkeren op de salontafel.

Vervolgens zegt Fatima: “De geschiedenis zal daar eens over oordelen. Met dergelijke beweringen blokkeer je iedere ruimte voor een positieve ontwikkeling. Is niet het simpele fijt dat er zoveel islamitische kinderen op ‘de naturistische school’ zitten een positief teken voor de intergratie?”

Hassan kan niet anders dan de bewering van Fatima beamen. Aan de andere kant kan hij de grote tegenstellingen niet ontkennen. Hij hoopt met Fatima dat het allemaal goed komt. Toch zijn het niet de dwazen die hun ogen voor de werkelijkheid sluiten?